Teef neuken suikertante aangeboden

teef neuken suikertante aangeboden

Toen zij een paar jaar later, op 10 december , de Nobelprijs voor literatuur ontving, bleef Celan in Parijs. Tot kort voor zijn dood schreef hij nog met Sachs, maar de toon was anders.

Ze hebben elkaar niet meer ontmoet. Verdaag je niet, jij Gisela Dischner leest een gedicht voor dat haar na aan het hart ligt, omdat Paul Celan het haar heeft gestuurd na een van hun ontmoetingen.

In het gedicht zijn de betekenissen zonder meer afhankelijk van de omstandigheden waarin het ontstaan is. Zonder de biografische gegevens zou een interpretatie van dit gedicht zeker niet de politieke lading krijgen die het nu - ook - heeft:.

De jou toegezwaaide stilte van achter de stap van een negerin. Ihr zur Seite die magnolienstündige Halbuhr vor einem Rot, das auch anderswo Sinn sucht - oder auch nirgends. Naast haar de magnoliatijdse halfklok voor een rood dat ook elders zin zoekt - of ook nergens. Der volle Zeithof um einen Steckschuß, daneben, hirnig. De volle tijdhof rond een schotwond, ernaast, hersenachtig.

Die scharfgehimmelten höfigen Schlucke Mitluft. De scherp gehemelde hovige slokken meelucht. Vertag dicht nicht, du. Verdaag je niet, jij. In de laatste regel heeft Paul Celan namelijk impliciet kritiek op haar. Hij zegt haar zich niet te verdagen, waarmee hij bedoelde het contact met hem niet vooruit te schuiven, zich niet te ver van hem te verwijderen.

Maar het heeft volgens haar, nadat ze enige tijd heeft nagedacht, ook een intellectuele achtergrond: Hij vond ook dat ik niet meer moest afdwalen, maar moest schrijven. Het was een oproep van de meester: Maar dat kon ik natuurlijk alleen doordat hij me ingewijd had. Het was ook de oproep: Op Mapesbury Road hebben we een keer gewandeld en daarom heeft hij het mij ook gestuurd. De aanslag op Rudi Dutschke was net gebeurd en Celan was in Londen.

Ik weet niet niet meer precies wanneer. We bezochten toen veel musea in Londen. Toen kwam hij uit. Gisela Dischner, Praag, part. Vandaar die schotwond [Steckschuß] in het gedicht. Dit gedicht maakte me droevig, zoals ik Celan ook geschreven heb, in de eerste plaats om Dutschke, maar ook omdat het een beetje weemoedig was toen we elkaar zagen. We moesten ook afscheid nemen, mijn God, we waren natuurlijk nog aan elkaar gehecht, en het was altijd moeilijk, het afscheid.

Weerzien en afscheid, ja, zo was het. Op een visitekaartje dat Paul Celan op 23 april aan Gisela Dischner stuurde, in een boek zoals hij wel vaker deed, staat een opmerking over het gedicht Mapesbury Road: In der Mapesbury Road, zwischen dem M. Borough of Willesden und dem Borough of Hampstead, war wohl eine Brücke, aber darunter fuhr kein Zug. Den Steckschuß interpretierst du richtig. Der Zeithof ist der - volle! En op de achterkant van het kaartje staat nog: Das Wort Zeithof wirst du bei Husserl finden.

In haar proefschrift over Nelly Sachs gebruikt Dischner deze aanwijzing, wanneer zij het schot op Rudi Dutschke als voorbeeld geeft van hoe de betekenis van woorden in de poëzie van Celan, hoewel voortkomend uit een concrete context, gezien kan worden in een onuitgesproken, potentieel betekenisveld.

Alles wat een woord aan geschiedenis met zich meedraagt en alles waarmee het zich laat associëren, komt daardoor vrij, aldus Dischner. Ik ben geboren in november en het was in dat ik Celan leerde kennen.

Vierentwintig was ik dus, erg jong nog, en erg verliefd. Ik vond zijn gedichten. Hij was toentertijd ook geen onbekende.

Er bestond een studententijdschrift, Texturen, dat mijn vriendin Inga Buhmann mederedigeerde, waarin vrijwel alle goede gedichten die ingestuurd werden, door Celan waren beïnvloed. Toen al, dat was in In bepaalde kringen was Celan al zeer bekend. Ja, dat was hemzelf nog niet helemaal duidelijk. Hij had toen al de. Slechte recensies, die er ook waren. Ik probeerde dat een beetje bij te sturen, maar dat lukte helemaal niet.

Ik heb hem toen gezegd, is het niet veel belangrijker dat je invloed hebt op studenten? Dat heeft hij te weinig ingezien. Dat waren al, kan ik nu achteraf wel zeggen, tekenen van een vervolgingswaan. Maar zoals Hans Meyer zo mooi heeft gezegd: Een verhaal uit deze periode betrof zijn moeder. Hij heeft me verteld dat het gerucht ging dat zijn moeder nog in leven was en dat haar dood een reclametruc van de uitgeverij was. Toen hij me dat vertelde, dacht ik, aha, hij heeft een vervolgingswaan.

Een maand later hoor ik een boekhandelaar - die nu nog steeds dezelfde mening is toegedaan - naar aanleiding van een prijs die Celan had gekregen, de opmerking maken: Mooi, dan kan hij zijn moeder in Keulen bezoeken. Hermann, je weet toch dat zij gestorven is?

Ach, ben jij nu ook al in die reclametruc van de uitgever getrapt? Het is dus echt zo geweest. Zulke wanstaltigheden deden de ronde over hem. Stel je iemand voor aan wie is overkomen, wat hem is overkomen, en dan gebeurt er nog zoiets.

In het najaar van maakte Paul Celan kennis met de dichter Yvan Goll. Hij vertaalde op verzoek van Goll een paar van diens gedichten in het Duits. Goll bleek in die tijd leukemie te hebben en Celan bezocht hem regelmatig in het ziekenhuis. Yvan Goll stierf een paar maanden later en Paul Celan assisteerde Golls weduwe Claire bij de begrafenis. Korte tijd later gaf Claire Goll aan Paul Celan de opdracht drie bundels van haar man te vertalen.

Met deze vertaling begon een traumatische affaire voor Paul Celan: Claire Goll weigerde de vertaling omdat die te veel het stempel van de vertaler zou dragen. Als vervolg hierop begon Claire Goll een lastercampagne tegen Paul Celan, die jarenlang zou aanhouden. Zij beweerde dat Celan geplagieerd zou hebben, terwijl - aldus Gisela Dischner in Apropos Nelly Sachs - juist door haar eigen toedoen nog niet gepubliceerde gedichten van de hand van Celan in de nalatenschapspublicatie van Yvan Goll waren terechtgekomen.

Al in Dortmund heeft hij mij alles over Claire Goll verteld. Hij was er erg opgewonden over, dat is ook begrijpelijk. Ik heb in mijn boek over Nelly Sachs geschreven - nog vóór het boek van Barabara Wiedemann over de Ivan Goll-affaire - wat hij mij zelf verteld had, dat zich teksten van hem in de nalatenschap van Ivan Goll bevonden. Dus niet alleen dat hij niet gestolen heeft, maar dat het omgekeerd was. Claire Goll heeft van hem gestolen. En hij heeft ooit gezegd dat hij, als hij geen gezin had gehad, een pistool zou hebben getrokken.

Zo woedend was hij. Tussen ons was de poëzie het gemeenschappelijke. Eigenlijk hadden we dezelfde dichterliefdes: Pas veel later heb ik over hen gepubliceerd. En hij heeft mij de Russische dichters ontsloten, over hen wist ik niet veel, hij heeft mij bijvoorbeeld van Babel erg graag verhalen voorgelezen.

Hij had een prachtige stem om voor te lezen, zo heb ik echt toegang tot de Russische literatuur gekregen. En natuurlijk ben ik door hem ook veel kritischer geworden.

Toen wij elkaar ontmoetten, wilde ik eigenlijk op Celan promoveren, maar ja, het bleek dat het zo privé werd, dat we allebei dachten dat het niet goed zou zijn. Ik ben toen in de buurt gebleven en ben op Nelly Sachs gepromoveerd. Daar waren ook veel raakvlakken. Op het ogenblik wordt in Zweden erg veel over Nelly Sachs geschreven, omdat zij, hoewel zij de Nobelprijs heeft gekregen, naast Celan volledig verdwenen is.

Nu wordt zij weer een beetje naar voren gehaald. Mijn proefschrift was zo te zeggen de eerste wetenschappelijke aandacht. In heb ik dat geschreven, het verscheen pas in Het bevat slechts een klein hoofdstuk over Celan en Nelly Sachs, ik moest toch iéts zeggen. Daarmee was hij het heel erg eens, hij heeft toen zelfs gelachen en gezegd: Misschien had je toch over mij moeten schrijven. Hij was er erg mee ingenomen.

In , na de dood van Celan en Sachs, kwam de handelseditie van Dischners proefschrift uit: Gisela Bezzel-Dischner, Poetik des modernen Gedichts. Zur Lyrik von Nelly Sachs. Het kleine hoofdstuk over Paul Celan en Nelly Sachs telt vijfentwintig pagina's en is daarmee wel het langste hoofdstuk van het boek, waarin de verwantschap tussen beide dichters wordt onderzocht.

Zowel bij Celan als bij Sachs is volgens Dischner het uitgangspunt gelijk: Niemandsland Nadat Celan in de riskante vlucht van Boekarest naar Wenen had gemaakt, kwam Paul Celan in contact met de surrealistische kring rond de dichter en uitgever Otto Basil. Het duurde niet lang voor hij in het atelier van schilder Edgar Jené de Oostenrijkse filosofiestudente en later bekende schrijfster Ingeborg Bachmann ontmoette.

Het werd voor beiden een grote liefde. Aan haar ouders schrijft Ingeborg Bachmann dat de dagen na haar kennismaking met Paul Celan vol papavers waren. En in schrijft Paul Celan in zijn prachtige gedicht Corona: Mein Aug steigt hinab zum Geslecht der Geliebten: Mijn oog daalt af naar mijn geliefdes geslacht: De echo van hun liefde en samenzijn klinkt door in de gedichten van Paul Celan en het proza van Ingeborg Bachmann.

Hun omvangrijke briefwisseling is de enige die niet toegankelijk is - haar brieven bevinden zich in het Deutsche Literaturarchiv in Marbach en die van hem in de Bachmann-nalatenschap in de Nationalbibliothek in Wenen - en de betekenis van hun relatie kunnen we daarom voorlopig alleen aflezen aan hun literaire werk.

Na Celans vertrek naar Parijs in juli blijft hun verhouding voor beiden van grote betekenis, maar als Bachmann twee jaar later naar Parijs reist, mislukt een poging samen te leven. In een brief aan een vriend in Wenen schrijft Ingeborg Bachmann dat zij elkaar om onbekende, demonische redenen de lucht om te ademen wegnemen.

Als Gisela Dischner vertelt over haar geheime verhouding met Celan, komt ook Ingeborg Bachmann ter sprake: Ja, Celan en ik hebben voortdurend getelefoneerd en dan bekeken we wanneer we tijd hadden.

Na het verblijf in Dortmund heeft hij mij in München bezocht. Maar ik heb het - behalve voor mijn vriendin Inga Buhmann, die ingewijd was en met wie ik in Parijs was toen ik hem bezocht - ook voor mijn moeder verzwegen, ik heb het voor iedereen verzwegen. Ik heb het volledig geheim gehouden. En ik wilde het daarbij ook eigenlijk laten. We waren allebei zeer discreet. Overigens kan ik eraan toevoegen, hij was ook wat betreft Ingeborg Bachmann zeer discreet, die verhouding kwam door filologisch detailonderzoek aan het licht.

Hij heeft mij al snel over Ingeborg Bachmann verteld, en hij was toen zeer verbitterd over haar. Ik heb haar voortdurend in verdediging genomen. Dat heeft ze van mij overgeschreven, zei hij over een bundel van Ungaretti die zij had vertaald. Hij veronderstelde dat zij zich via de uitgever omhooggewerkt had.

Allemaal dingen die ik heel erg vond. Hij was erg verbitterd. Die Ungaretti, ik heb het niet gecontroleerd, het kwam door zijn overgevoeligheid. Het was een pijnlijk onderwerp. Het was vreemd hoe verbitterd hij was, want ik lees nu in de briefwisseling met zijn vrouw Gisèle dat zij plotseling de gedichten van Bachmann leest en ook de stukken, en natuurlijk herkent zij hem daarin en zegt, wat moet deze vrouw geleden hebben.

Nu heb ik veel meer begrip voor haar. Ze was natuurlijk jaloers omdat Celan en Bachmann elkaar nog ontmoet hebben toen hij al getrouwd was. Maar ze had dan plotseling veel begrip. Dat vond ik erg ruimhartig. Ze was niet meer jaloers op deze liefde, maar had gezien hoe Ingeborg Bachmann ook geleden had, omdat hij uiteindelijk toch niet bij haar gebleven is. Ze zijn weliswaar met beider instemming uit elkaar gegaan, maar Ingeborg Bachmann was wel met een gezin geconfronteerd geweest.

Voor mij was dat alles nooit een probleem, ik heb dat eenvoudig buiten be-. We hebben elkaar op een niemandsland ontmoet en het andere bestond niet.

En dat vond hij ook goed. Maar toen hij zich van zijn vrouw gescheiden had, wilde hij eigenlijk dat ik naar Parijs kwam. Maar toen was het te laat, ik had Chris Bezzel leren kennen. Ik was niet getrouwd, maar we waren samen.

In Londen heeft Celan er eens een toespeling op gemaakt, en ik zou destijds met vliegende vaart naar Parijs zijn gegaan, als hij zijn mond had opengedaan. Maar dat deed hij niet. In Londen heeft hij toen op een zeker moment gezegd, Ik had je toch naar Parijs moeten halen. Ik kon daar niets mee, dacht ik. Ik was ook zoveel jonger en hij had mij uit een zeer gevestigd milieu weggehaald.

Ik zou het meteen gedaan hebben, maar het kwam er niet van. Ja, ik was met een miljonair. Dat heeft zo zijn aangename kanten en ik hield ook van hem. Ik heb hem, de miljonair, voor Chris Bezzel verlaten en ben toen een bohémienleven, een arm leven, begonnen.

Bezzel verdiende vijfhonderd mark als lector bij Suhrkamp. Nee, ik was een tijdlang erg verliefd op Celan, maar die tijd was toen voorbij. Toen ik met Bezzel samen was, had ik geen intieme contacten met Celan.

Maar wel indirect, niet alles is lichamelijk. We hadden een zeer intensieve verhouding, dat kan ik wel zeggen. Over zijn psychologische problemen heeft hij nooit gesproken. Hij heeft in een brief geschreven dat hij lang ziek was, maar niet dat hij in de psychiatrie zat. Alleen die verwijzing, dat hij mij niet naar Parijs meenemen kon, omdat hij niet voor zichzelf kon instaan, en toen heb ik iets vermoed. Bovendien waren er geruchten dat hij aan vervolgingswaan leed.

En ik heb dat ook van een andere kant gehoord - dat kan ik zeer nauwkeurig dateren. Chris Bezzel was ook lector van Peter Handke en het was de tijd van de première van de Publikumsbeschimpfung in Frankfurt. Ik heb nog foto's gemaakt van Habermas en alle mogelijke anderen die daarbij waren. Op die dag was er na afloop een feest.

De chef-lector van Suhrkamp, Böhlich, die zeer sarcastisch kon zijn, zei plotseling tussen neus en lippen door: Ach ja, Celan zit op het moment in een zenuwinrichting, dan gaan zijn gedichten nog beter. Dat kwam bij mij aan als een dreun. Toen, het was , heb ik er voor het eerst over gehoord. Ik heb het hem niet gezegd, omdat ik dacht als hij erover wil praten, zal hij het wel uit zichzelf zeggen.

En hij heeft het uit zichzelf alleen maar indirect aangeduid. Ik heb de symptomen soms wel opgemerkt, bijvoorbeeld toen we een keer langs de Seine wandelden. Er kwam iemand langs die een foto van de Seine maakte, dat was duidelijk te zien, en hij had de man bijna het fototoestel uit zijn handen geslagen omdat hij dacht dat die man ons fotografeerde. Toen heb ik die heftigheid gemerkt.

Ben je gek, hij had ons helemaal niet in zijn blikveld. Zulke dingen heb ik wel meegemaakt. Ja, hij kon dan heel erg Ik wilde niet bij Adorno promoveren, omdat het dan eeuwig duurde, en ik. Daarin heb ik een interpretatie gegeven van het gedicht met de schotwond: Ein Steckschuß daneben, hirnig, waarbij ik opmerkte dat de schotwond verwees naar de aanslag op Rudi Dutschke.

Dat wist ik tenslotte van hem. Burger leest mijn interpretatie en zegt: Tja, dat is wel wat te ver geïnterpreteerd, dankzij uw betrokkenheid. En toen flapte ik het eruit, ik had het tot dat moment nooit gezegd: Neemt u me niet kwalijk, maar dat heeft Celan mij zelf verteld.

Pats, het was eruit. Oh, u kent hem, begon hij, kent u hem persoonlijk? Ik heb er toen overheengepraat: En wat doet Herr Burger? Celan en hij ontmoetten elkaar bij een ontvangst bij Unseld [redacteur van Suhrkamp] en Burger als conservatieve germanist, was wel een beetje bang voor Celan. Hij denkt, dit is de beste manier om met hem in contact te komen, gaat naar Celan toe en zegt: Ja, bij mij promoveert een jongedame die u kent.

Dat wist ik allemaal niet. De eerstvolgende keer dat ik hem tref, is hij totaal cool en koel, niet cool maar koel, en ik vraag: Zeg, wat heb je? Wat is er aan de hand? Plotseling kijkt hij mij doordringend aan en zegt: Ik zie twee doctorshoeden in je ogen. Pardon, wát zie je? En langzaam gaat bij mij een lichtje branden, en hij zegt zo ongeveer: Je hebt blijkbaar toch onze verhouding verraden.

Ik heb hem toen alles uitgelegd, maar hij bleef vol wantrouwen. Toen heb ik gemerkt hoe moeilijk hij kon zijn. We hebben ons verzoend, maar het was een kleine deuk in onze verhouding. Hij ging er vanuit dat ik er min of meer op gezinspeeld had Ik had het er echt uitgeflapt.

Nou ja, en waarom zou ik hem niet een keer ontmoet hebben? In de briefwisseling met Gisèle heb ik voor het eerst gelezen dat hij zo agressief was tegen zijn vrouw en dat volledig onterecht, dat is duidelijk. Gisèle was op zo'n ongelooflijke manier loyaal tegenover hem, dat wist ik helemaal niet. Ik ving eens het gerucht op dat zij hem in de psychiatrie gejaagd zou hebben, maar dat is natuurlijk een vooroordeel.

Maar nu, nu ik alles wat beter ken, moet ik zeggen dat zij fantastisch was. Ik heb achteraf ook bedacht, wat zou er gebeurd zijn als hij mij naar Parijs had gehaald? Zij waren uit elkaar toen hij daarover dacht, wie weet wat er dan gebeurd zou zijn. Maar goed, het moet zijn zoals het is, denk ik maar zo. Ze maakten nachtelijke wandelingen door Parijs. Zij belooft hem Jeruzalem te laten zien. De psychische problemen namen weer toe, en ook de conflicten met Gisèle Lestrange werden steeds erger.

Paul Celan kreeg midden in de nacht een woedeaanval en probeerde haar te doden met een mes. Zij vluchtte met hun zoon Eric het huis uit. Paul Celan werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en verbleef ver-. De problemen werden in januari weer erger. Bovendien ontmoette Paul Celan op een avond in het Goethe Institut toevallig Claire Goll, die nog steeds met haar campagne tegen hem bezig was.

Hij schreef een brief aan de directeur: Een huis dat mevrouw Goll tot zijn gasten telt, kan niet op mijn aanwezigheid rekenen. Op 30 januari deed Paul Celan een zelfmoordpoging met een mes, waarbij hij bijna zijn hart raakte. Gisèle Lestrange redde hem op het laatste moment. Zijn linkerlong was beschadigd. Celan werd opnieuw opgenomen in een kliniek, hij mag van tijd tot tijd op bezoek of op reis. Gisèle Lestrange verbleef bij een vriendin in de Provence om van de beangstigende discussies met haar man en nieuwsgierige telefoontjes verlost te zijn.

Zij overtuigde hem ervan dat een scheiding nodig was; hij stemde ermee in en ging op zoek naar een woning. In juli reisde Paul Celan naar Duitsland om Heidegger te ontmoeten. En in Frankfurt was hij weer samen met Gisela Dischner. Hij stuurde haar later een gedicht: Sink mir weg aus der Armbeuge, Zink maar weg uit mijn armen, nimm den Einen Pulsschlag mit neem die Ene polsslag mee, verbirg dich darin draußen.

Wij hebben veel gewandeld en alles was wat indirecter geworden, nietwaar? Ik heb hem een arm gegeven bij het wandelen. Het was, meen ik, in de zomer en we hebben elkaars polsslag gevoeld. Het is een reflectie op zo'n wandeling, denk ik. Het is een eenvoudig en mooi gedicht, vind ik. In het voorjaar van ontmoetten Paul Celan en Gisela Dischner elkaar weer, tijdens een verblijf van Celan in Londen, waar hij familie bezocht.

Later schreef hij haar: Alsjeblieft, vernietig de foto's uit Londen, ze zijn niet goed. Oh ja, die wilde hij vernietigd hebben, dat heb ik ook gedaan, die heb ik vernietigd. Ik heb een hele serie foto's gemaakt die hij niet in omloop wilde hebben. We hebben elkaar getroffen in Frankfurt, ik weet niet meer in welk jaar, in ieder geval na een psychiatriegeschiedenis. Zijn gezicht was opgezwollen door de medicijnen, dat kon je zien. Ik moest hem fotograferen in opdracht van de uitgeverij en we zaten in de hal van het hotel.

Het was er koud en onpersoonlijk en hij zat daar in een hemd met korte mouwen en met opgetrokken schouders tegen een muur, als een gevangen dier, en keek van beneden naar boven. Die foto's waren ook erg slecht. Ik merkte dat het niets werd, zo kon ik geen foto's maken. Ik heb hem voorgesteld een eindje te wandelen en we zijn naar het Grüneburgpark gegaan, daar scheen de zon en alles was wat vrolijker. We hebben op een bank gezeten en langzaam ontspande hij zich en toen heb ik opnieuw foto's gemaakt.

Zo verschillend waren de foto's op die middag. De enige aan wie ik deze foto's ooit heb laten zien, was Adorno. Dat was in verband met mijn poging die twee weer te verzoenen, omdat hij ruzie had met Adorno.

Ik heb hem deze foto's laten zien om duidelijk te maken wat Celans toestand was. En toen heeft Adorno gezegd, dat kan niet op één dag geweest zijn, daar moeten vijf jaar tussen zitten. Na de dood van Adorno schreef Celan in een brief aan Gisela Dischner: Ik was geraakt, aangedaan, toen ik in de krant het bericht over de dood van Adorno las.

Het is een zwaar verlies. Hij was een geniaal mens, een rijkbegiftigde, en niet de duivel heeft hem begiftigd. Nu lees ik de in memoriams, ze zijn liefdeloos, vind ik, nou ja. Eind september wil ik twee weken naar Israël. Het is goed aan je te denken, ik doe het beslist niet weinig, weet je - mijn lieve kleine Ulla. Celan had een conflict met Adorno - van zichzelf uit, niet vanuit Adorno - omdat Adorno in Merkur had gepubliceerd.

En de eindredacteur van Merkur was een meneer Paeschke, die was bij de SS geweest. Toen ik Celan leerde kennen, had ik net mijn eerste artikel geschreven dat gepubliceerd zou worden, Schattengefecht, over de gedichten van Karl Krolow, en het aan Paeschke gestuurd. Paeschke wilde me als medewerkster aan Merkur.

Celan heeft me toen bijgepraat en ik heb alles teruggetrokken, om hem terwille te zijn. Ik was daar niet zo zeker van, God, wat waren de achtergronden, dat moest men eigenlijk eerst vragen en te weten komen, nietwaar?

Ik merkte dat het een open zenuw was en heb het artikel teruggetrokken. Enfin, Adorno had wel in Merkur gepubliceerd, hij zag er geen been in. En op een zeker moment, toen Celan een conflict met hem had, heb ik geprobeerd die twee weer bij elkaar te krijgen. Ik studeerde bij Adorno en heb geprobeerd aan.

En Adorno zei alleen: Ik mag niet in Merkur publiceren, maar meneer Heidegger mag lid van de partij geweest zijn. Hij was zo woedend dat Celan nog met Heidegger bevriend was. Ik heb hier en daar dan nog een goed woordje gedaan. Ik denk dat het ertoe bijgedragen heeft dat die twee zich nog verzoend hebben en elkaar nog hebben ontmoet.

Daar was ik erg blij om. Ja, ze hebben elkaar nog ontmoet. Niet in Sils Maria, dat was een ander verhaal, ik weet niet waar, maar ze hebben elkaar nog gezien. Dat vond ik heel goed. Ergens hebben ze elkaar nog ontmoet, hebben ze zich verzoend, dat was belangrijk. Ja, daarom ook deze vriendelijke brief na zijn dood. Es ist richtig daß ich einen Israël-Besuch plane, hoffentlich läßt es sich bald verwirklichen. Maar het ging weer mis: Celan kreeg een woedeaanval tegenover zijn buurman, die hij ervan verdacht zijn zoon Eric kwaad te doen.

De politie moest tussenbeide komen. Hij werd weer opgenomen. Na ruim drie maanden werd hij ontslagen met de verplichting zich maandelijks bij een psychiatrische dienst te melden voor behandeling en medicatie.

Eindelijk reisde Paul Celan in oktober naar Israël, waar hij lezingen hield, bekenden en onbekenden uit Czernowitz ontmoette en waar Ilana Schmueli hem, zoals beloofd, Jeruzalem liet zien.

Voor haar schreef hij het gedicht Du sei wie du, immer [Wees jezelf, jij, altijd] en las het voor. Volgens Ilana Schmueli sprak Celan nooit over de gedichten die hij voor haar opschreef en voorlas: Hij sprak door hen. Woorden van het gedicht werden een code, ze werden in ons gesprek opgenomen. Hij las door damals omringd voor, en hij ervoer een grote eenzaamheid. Hier werd hem overduidelijk wat hem trouwens allang duidelijk was in zijn leven: Celan verlief Israël eerder dan gepland.

Hij ging niet meer naar Massada, dat hij graag had willen bezoeken. Ik heb het niet verdiend. Zij reisde op 23 december naar Parijs, waar ze meer dan een maand met Paul Celan samen was. Nog in diezelfde periode, op 26 januari , schreef Paul Celan zijn laatste brief aan Gisela Dischner: Zeer veel vaker dan soms, mijn lieve kleine Ulla.

In juni komt er een nieuwe dichtbundel uit, daarvoor, in maart, lees ik, als hommage aan Hölderlin, eruit voor in Stuttgart. Een nieuwe ijstijd komt op ons af, lees ik in Der Spiegel, het is nog jaar tot dat moment - zullen we elkaar niet nog een keer ontmoeten? Wat doe je zo al? Bedankt, niet alleen voor de candlesticks. Met de candlesticks bedoelde Celan zijn.

En niet zijn tante, zoals abusievelijk in de Correspondance staat vermeld, en zoals het waarschijnlijk door Paul Celan is verteld om de naam van Gisela Dischner niet te hoeven noemen. Gisela Dischner leest de brief voor en zegt dan, doelend op de beginregel: Ik schreef hem denk je aan mij? Het is een rechtstreeks antwoord aan mij.

En dit is míjn laatste brief: Lief, wat mooi dat ik deze zomer een dichtbundel van je kan zien, wat jammer dat ik je in Stuttgart niet kan beluisteren, maar ergens. En dank je voor de lieve zinnen. Waar ik in deze brief natuurlijk wat aan voorbijga, is dat hij mij bij onze laatste ontmoeting in Londen had gezegd mij graag weer eens alleen te ontmoeten en daarom ook naar Duitsland kwam.

En dat is iets wat hem waarschijnlijk pijn heeft gedaan, dat ik hem quasi negeer. Op 18 maart stuurde Paul Celan een verjaardagswens en een gedicht aan Gisèle Lestrange, op 12 april volgde een brief aan Ilana Schmueli. Zij vertrok, ongerust door de afwijkende toon van de brief, onmiddellijk naar Parijs. Zijn laatste zin was: Je weet wat mijn gedichten zijn - lees ze en ik voel het dan. Ze komt te laat.

Van de brug waar zij een munt in de Seine gooide, is Paul Celan in het water gesprongen. Op ip april noteert Paul Celan in zijn agenda: Het lichaam van Paul Celan werd op 1 mei gevonden. Op 12 mei werd hij begraven. Diezelfde dag overleed in Stockholm Nelly Sachs, die het bericht van zijn dood enkele dagen daarvoor had gekregen. Gisela Dischner ontving een brief van Gisèle Celan-Lestrange: Mevrouw, Ik weet niet of u het vreselijke nieuws heeft gehoord.

Ik weet dat u dicht bij Paul bent geweest en ik veroorloof me u te schrijven. Paul heeft zelfmoord gepleegd in de nacht van zondag 19 april op maandag 20 april door zich in de Seine te werpen. Meer kan ik niet schrijven. Hij zal dinsdag bij ons eerste kind, dat wij hebben verloren, worden begraven op de begraafplaats van Thiais. Toen haar brief kwam, had ik het al in de krant gelezen. Ik zal dat ook nooit vergeten.

Ik woonde in Clapham Common in Londen en ik wilde net met Chris gaan wandelen. We hadden een abonnement op de Frankfurter Rundschau. Ik was al aangekleed, ik had mijn mantel aan, toen Chris plotseling binnenkwam met de krant in zijn hand. Hij zag me en ik vroeg: Wat is er met jou aan de hand?

Hij zag er bleek uit en zei: Ga maar even zitten. En daar stond het in de Frankfurter Rundschau: Paul Celan pleegt zelfmoord. Zo kwam ik het helaas te weten. Ik heb het lang niet opgebracht in de nalatenschap te kijken. Het was me allemaal te dichtbij. Ik heb het verdrongen. Ik heb namelijk lang gedacht dat hij geen zelfmoord had gepleegd. Hij zou gedronken hebben en was uit euforie in de Seine gesprongen. En dat heb ik, idioot, ook nog aan Gisèle geschreven. Daar heb ik natuurlijk niets meer op gehoord.

Dat was waarschijnlijk waarmee ik het uithield, ik heb het mezelf aangepraat, en. We hebben zeker een jaar lang niet in die zelfmoord geloofd. Ik wist natuurlijk wel dat hij problemen had, maar zo precies wist ik het niet. Het was alles ook een beetje omstreden, hij had nog zo veel plannen.

Nee, nu is het me duidelijk. Toen dat met die zelfmoord gebeurd was, had ik natuurlijk een vreselijk slecht geweten en was compleet ingestort. Bezzel behandelde me als een zacht ei, en wie me zeer getroost heeft was Erich Fried [bekend Duits dichter, ] met wie we bevriend waren in Londen.

Wat had jij kunnen veranderen? Je hebt hem nu eenmaal niet getroffen in Stuttgart. De enige mogelijkheid was dat je je van Chris had losgemaakt en naar Parijs was gegaan. Een andere mogelijkheid was er niet. En je hebt een beslissing genomen, dat is toch okay? Hij heeft het iedere keer weer gezegd Ja, ik ben nu ook wat verward. Als ik deze laatste brief lees, is het duidelijk dat ik een slecht geweten krijg.

Het is altijd weer dichtbij Ik denk ook dat de doden ons misschien zien. Zij kunnen niet spreken, maar ze slaan ons misschien wel gade. Misschien kijkt hij nu naar ons en lacht.

Je moet niet huilen, zegt hij. Na ons gesprek zegt Gisela Dischner dat ze haar verhaal over Paul Celan eigenlijk moet opschrijven. Zij laat haar in eigen beheer uitgegeven brieven van Paul Celan an Gisela Dischner zien.

Uitgeverij Suhrkamp heeft haar kort geleden benaderd om de complete correspondentie uit te geven. Kopieën van haar brieven zijn net uit het Celan-archief in Marbach gekomen, nadat Eric, de zoon, zijn toestemming voor de uitgave heeft gegeven.

Een paar brieven van haar ontbreken, het zijn net de persoonlijke brieven die zij liever niet gepubliceerd wilde zien. Waarmee Suhrkamp overigens niet gelukkig is: Maar goed, die brieven zijn er niet bij, zodat dat probleem zichzelf heeft opgelost. Hoewel Gisela Dischner ook wel nieuwsgierig is, wat ze indertijd aan Celan heeft geschreven en zich afvraagt of iemand deze brieven soms heeft laten verdwijnen.

Of zijn ze vernietigd? Of door Paul Celan zelf? Dat zou volgens Dischner dan toch kunnen wijzen op een geplande zelfmoord. Ze lijkt daarmee haar eigen laatste twijfel weg te nemen. John Felstiner, Paul Celan: Ilana Schmueli, Sag, dass Jerusalem ist. Oktober April Edition Isele, Eggingen Ik aarzel niet hem een fenomeen in de wereldliteratuur te noemen en des te bewonderenswaardiger omdat hij zijn succes uitsluitend en alleen aan zichzelf te danken heeft gehad en het steeds zonder de steun van de kritiek of van enige literaire groepering heeft moeten stellen.

In feite is zijn werk steeds neergesabeld en werd hem het leven zuurgemaakt, hij werd jarenlang gehoond en aangevallen en was in eindeloze processen verwikkeld, maar zijn werk heeft zijn vijanden overleefd. Hij bond een miljoenenpubliek aan zich en beïnvloedde schrijvers als Remarque, Nabokov en Ernst Jünger zegt men , en niet te vergeten: Otto Dix en George Gross.

Toen Herman Bluhme in een opstel Kitsch und Karl May steekproeven nam en teksten van Karl May met die van erkende literaire werken vergeleek in een poging te komen tot een objectieve uitspraak over de kwaliteit ervan hij mat onder andere de gemiddelde lengte van de zinnen en onderzocht de leesbaarheid oftewel het voorkomen van woorden van meer dan zeven letters , toen stelden de resultaten teleur: Karl May verscheen soms in het gezelschap van Heine en Thomas Mann, soms arm in arm met Goethe en Nietzsche, en dat was de bedoeling niet.

Ook werd May's werk door de psychoanalyse aangetast, Arno Schmidt vond dat Old Shatterhand en Winnetou sich verdammt suspekt benehmen, maar veel verder dan wat schnüffeln nach Mays erotischen Gewohnheiten bracht men het niet. Voor leven en werk volsta ik nu met een verwijzing naar een Karl May-literatuur die misschien meer boekdelen omspant dan de ongeveer zeventig banden van May zelf. Ik herinner hier alleen nog even aan de invloed van de grootmoeder, geboren sprookjesvertelster, op kleinzoon Karl en de indruk die poppenspel en marionettentheater in zijn jeugd op hem maakten, en aan de onderwijzersopleiding die May volgde en waarvan men sporen in zijn werk meent terug te vinden: Er lag in de negentiende eeuw meer nadruk dan tegenwoordig op het aspect reisverhaal Reiseabenteuer van May's romans, het was de tijd van de ontdekkingsreizen en van wereldpolitieke vervlechting en May voorzag zijn werk van geografische en volkenkundige informatie die hij putte uit zijn rijk voorziene bibliotheek.

Zelf reisde hij niet veel. De kritiek verweet hem toen bedrog, maar men vraagt zich nu af of iemand ooit in ernst heeft kunnen geloven dat hij al die reizen die hij beschrijft, zelf gemaakt had, dat hij, zoals Nico Rost opsomt, zelf op leeuwen, beren en olifanten had gejaagd, aan martelpalen gebonden had gestaan, duels op leven en dood had uitgevochten, wilde hengsten had getemd, door de prairiën van het Wilde Westen had gezworven en ook door Noord-Afrika en door het ganse Ottomaanse rijk, alsmede avonturen had beleefd met Boeren en Zoeloes in Zuid-Afrika, en dat hij daarnaast nog tijd gevonden had om er rustig enige tientallen lijvige en doorwrochte romans over te schrijven.

Toch is de identificatie van de schrijver met de ik -figuur in zijn boeken, met de heldhaftige Kara ben Nemsi en de onverslaanbare Shatterhand, een van de aantrekkelijkheden van zijn werk. May liet zich niet voor niets in de uitmonstering van zijn ik -figuren fotograferen. May denkt dan in zijn autobiografie: May zag er onaanzienlijk uit, maar beschikte in zijn boeken over reuzenkracht. Het is een van de tics van May: Helden in het Wilde Westen hangen onbeholpen in het zadel, maar zijn eigenlijk voortreffelijke ruiters.

Er zijn patronen en motieven die bij Karl May haast te herkenbaar terugkeren. Er zijn de in de wind verstrooide familieleden die elkaar als door een wonder terugvinden.

Old Surehand en Apanatschka vechten een duel uit en blijken broers. Er is ook steeds het zwaan-kleef-aan-principe: Steeds gaat de reis bergopwaarts, van laagland naar hoogland. Onderweg besluipt en beluistert de held, de ik, zijn vijanden en krijgt telkens precies die informatie te horen die hij dringend nodig had: May's alter ego heeft daar een uniek talent voor.

En dan is er het taalmirakel. De held, de ik, verstaat en spreekt onnoemelijk veel talen. Laplands telde hij niet mee, zei hij, en we merken dat ook Nederlands. Van de landen die ik bereis, beweert Old Shatterhand ergens, leer ik de taal, en in de Kara ben Nemsi-romans zien wij de hoofdpersoon bezig met het leren van Koerdisch.

Het wemelt in de tekst dan ook van vreemde woorden. Befaamd werd het thunderstorm! Men kan er een hekel aan hebben: Anderen waarderen zulke Brocken als meebepalend voor de sfeer van het verhaal. In '89 publiceerde Karl May in het tijdschrift Der Gute Kamerad, een geïllustreerde Knaben-Zeitung, de roman Kong-Kheou, Das Ehrenwort, in herdrukt onder de titel Der blau-rote Methusalem, met toegevoegd een ondertitel die later weer verloren is geraakt: In afwijking van zijn gewoonte had Karl May dit boek niet voor volwassenen bestemd, maar voor een jeugdig lezerspubliek.

De kern van het gezelschap dat zich op een lustige Studentenfahrt naar China zal begeven, bestaat uit de blauw-rode Methusalem, gefortuneerde eeuwige student er war als Schläger bekannt und gefürchtet met een baard en een drankneus Karl May heeft iets met neuzen, men heeft wel van een Nasenkomplex gesproken, maar dit is de enige keer dat hij een hoofdfiguur met zo'n neus opzadelt , een berengestalte dus eerder Old Firehand dan Old Shatterhand , en die voortdurend aan een waterpijp zuigt die hem door het tweede lid van het gezelschap, een berlinernde Wichsier spreek uit: Een psychoanalyticus mag van deze verhouding tussen meester en knecht het zijne denken, terwijl bovendien een Wichsier keurig schoenen poetst, maar wichsen tegelijk ook masturberen betekent.

Het derde lid van het gezelschap is een reusachtige newfoundlander die de bierpul van zijn baasje in de bek draagt. Dit drietal baart dagelijks opzien in een Duits universiteitsstadje, een kleine komische cortège. De toon wordt meteen gezet: Er is ook geen ik -figuur in de roman, Methusalem speelt wel een belangrijke rol, hij heeft wel trekjes van Old Shatterhand, hij spreekt bijvoorbeeld Chinees en zelfs Nederlands , maar voor een Karl May-held blijft hij toch te karikaturaal.

Methusalem woont boven een Chinese theehandelaar die hem recht leidlich Chinees heeft geleerd bij een hospita, de arme weduwe Stein, voor wier zoon Richard hij het schoolgeld betaalt.

Een brief uit China brengt hen op de hoogte van het bestaan van een oom Daniel, die een oliebron heeft ontdekt en contact met zijn verwanten in Duitsland zoekt.

Methusalem besluit naar deze oom op zoek te gaan en tegelijk de familie van de theehandelaar en een door deze man daar ergens begraven. Omslag herdruk uit schat op te sporen. Het gezelschap begeeft zich op weg, vermeerderd met de zoon, de gymnasiast Richard. Onderweg van Singapore naar Hongkong sluit zich naar goed Karl May-recept een vierde personage bij het groepje aan: Hij spreekt een Chinees van eigen makelij, hij plakt eenvoudig quasi-chinese uitgangen -ang, -eng, -ing, -ong, -ung achter Duitse woorden: Er zullen zich nog meer personen bij het gezelschap aansluiten, zoals twee jonge Chinezen die elkaars broer blijken te zijn en zoons van de theehandelaar in Duitsland, bekend Karl May-motief, maar met hoegenaamd niets van de dramatiek van bijvoorbeeld het verhaal van Old Surehand en Apanatschka.

Der blau-rote Methusalem blijft luchtig en burlesk als een marionettenspel, spannend als een jongensboek: En tussentijds geeft May nog wat informatie over China. Alles volgens Karl May-recept en naar verwachting.

De verrassing van het boek is evenwel die Hollander, die in het vierde hoofdstuk opduikt en zich bij het gezelschap voegt, Mijnheer Willem van Aardappelenbosch, een ongelooflijke dikzak en een ware Holle Bolle Gijs met als attribuut een enorme parasol: Nu heeft een Nederlander, een Mijnheer of een Mynheer, in een Duitse roman al heel gauw iets lachwekkends.

Herman Meyer schreef daar een belangwekkend. Das Bild des Holländers in der deutschen Literatur. Maar Mijnheer van Aardappelenbosch beantwoordt volstrekt niet aan het geijkte beeld van de Hollander dat in Duitsland opgeld doet of deed: Aardappelenbosch is vooral lachwekkend door zijn taalgebruik, hij spreekt vrijwel uitsluitend Nederlands,. Berlijns en Nederlands lijken door Karl May wel als twee gelijkwaardige, vrolijk stemmende Duitse dialecten te worden gezien, die ook beide in gotisch schrift worden weergegeven anders dan Frans en Engels.

Het bijzonder clowneske van Aardappelenbosch zit 'm niet in de taal die hij spreekt, maar in de dingen die hij zegt, zoals: Heeft Karl May Nederlands gekend?

Heeft de fameuze wereldreiziger Holland ooit aangedaan? In De Koning der Zodoe's reist de hoofdpersoon, een ik -figuur, op weg naar de Kaapkolonie door Zeeland. Hij maakt daar kennis met een Hollandse familie en krijgt een brief mee om bij bloedverwanten in Transvaal af te leveren. Nee, geen verbinding tussen May en Nederland. Aardappelenbosch begroet het reisgezelschap in breiter, holländischer Sprache: Goeden dag, mijne heeren!

Het is tijd, dat wij aan tafel gaan, en Methusalem antwoordt, niet minder verrassend: Neemt plaats; maakt geene komplimenten; doet als of gij thuis waart.

Maar opeens schijnt de Hollander de Duitser aan te vallen: Maar ze verzoenen zich snel en Gottfried zegt: Sie sind der ausjezeichnetste Mijnheer, der mich jemals vorjekommen ist.

Voor u of gij heeft May in het Nederlands de derde persoon meervoud zij genomen. Hij weet ook geen raad met het hulpwerkwoord werden: Wij worden afschied nemen, en: Hij weet niet wanneer het adjeetief een -e krijgt en hij heeft het woordje als niet doorgrond. Aardappelenbosch valt van een trap en zegt: Daar ligg ik hoe een walvisch in de fontein! Hij roept de ober om de rekening te betalen: Oppasser, ik zull mijn gelag betalen.

Hij heeft zich goed bewapend, hij heeft geweren, kruit en kogels en zal nog een zwaard kopen, en ik heb mijn Paspoort und überall Krediet. Hij heeft ook een voorraad zakjes thee, driekleurigviooltjestee, kruizemuntentee, lindeboombloesemtee, seringatee: Mijnheer van Aardappelenbosch staat te kijken naar Chinese vissers, ze sturen aalscholvers Wasserraben het water in, die brengen de vissen als buit mee, Mijnheer roept: Daar heeft weder zoo eene gans eenen haring gefangen!

Hij is dol op vis, niet alleen op haring, maar ook op palingen, zardijnen, snoeken, zeelten, karpen en forelen en dan zowel de hommers als de kuiters. Soms heeft hij zin in leverpastet met rijstepudding, soms in gebraden varkensvleesch met mierook en gebaken peren of een brood met worst en mostaard. Aardappelenbosch valt van zijn paard: Het dome nijlpaard heeft mij van achteren verloren! Methusalem wil hem met raki inwrijven, maar der Dicke ziet dat anders: Met den brandewijn zal niet gereven worden.

Ik wil hem drinken. Gedronken is hij beter dan gereven. Het paard gaat er met hem vandoor en men hoort hem roepen: O wee, ik oongelukkige nijlpaard, ik vlieg in de lucht, ik vlieg in de radijsjes een in de peterselie.

Als hij het overleeft, zegt hij: Holla, mijne heeren, was dat niet Nederlandsche dapperheid en heldenmoed? Dan raakt hij te water: O, mijne kleeren een mijn linnen goed! Mijn rok en mijn broek, mijn vest en mijn fraaie das! Mynheer, gij zijt een Nederlander, niet? Gewisseglijk, ik ben een Hollander! Aardappelenbosch krijgt Krokodilseier voorgezet: Aardappelenbosch voelt zich ziek: O mijn God, o mijn schepper! Iemand geeft hem een por: Er is een vechtpartij: Als Aardappelenbosch van een trap gevallen is, vraagt Gottfried aan Methusalem: Wie nennt man eigentlich im Holländischen das Parterre?

Dan zegt de knecht: Mijnheer, wollen Sie hier gelykvloers liegen bleiben wie ein Stroozak? Vaker is het Aardappelenbosch die een beroep doet op Methusalems kennis van, laten we zeggen, een Nederlands woordenboek met de inslag van een medische encyclopedie: Wat zegt het woordenboek van den darmen?

Wat zeggt het woordenboek van de lever? Door gebruik te blijven maken van deze website of door op " akkoord " te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Speurders. Hoi lieverds, ik ben niky, ik ontvang in wilrijk alle dagen van 10u tot 19 u. Escort dame of stel Laat je lekker geil maken door mij. Om te voorkomen dat u of uw kinderen sex of erotische sites bezoeken kunt u een van de volgende websites bekijken.

Suikerneefje zoekt suikertante Hallo! Huishoudapparatuur Cafetières Huishouden, poetsen, strijken Kleine huishoudapparatuur Koelkasten en diepvriezers Koken Vaatwassers Vaatwassers: De eigenaren van escortbureau Pleasure-escort. Zin in een Lekkere geile Sexdate met mij!!! Kinky fetisj sexdate Hoi ik ben ricardo wil graag jou verwennen geil op nepleren jassen pvc lak jassen stofzuig me jas ook wil je lekker verwennen en je sperma op me nepleren jas tegen kleine betaling misschien wel voor vaker heb geen vervoer als ik gehaald en gebracht kan worden graag te bereiken op appen en mailen.

Vind hier je sexdate! Wijn, gastronomie Bieren, wijnen, sterkedrank Etiketten Gastronomie, specialiteiten Oenologie, sommellerie Rubriekstest Wijnkelder, uitrusting. Hou jij van lekkere volle na Radio key code RE:

...

Natte preute onderdanige slaaf



teef neuken suikertante aangeboden

Toen zij een paar jaar later, op 10 december , de Nobelprijs voor literatuur ontving, bleef Celan in Parijs. Tot kort voor zijn dood schreef hij nog met Sachs, maar de toon was anders. Ze hebben elkaar niet meer ontmoet.

Verdaag je niet, jij Gisela Dischner leest een gedicht voor dat haar na aan het hart ligt, omdat Paul Celan het haar heeft gestuurd na een van hun ontmoetingen. In het gedicht zijn de betekenissen zonder meer afhankelijk van de omstandigheden waarin het ontstaan is. Zonder de biografische gegevens zou een interpretatie van dit gedicht zeker niet de politieke lading krijgen die het nu - ook - heeft:. De jou toegezwaaide stilte van achter de stap van een negerin.

Ihr zur Seite die magnolienstündige Halbuhr vor einem Rot, das auch anderswo Sinn sucht - oder auch nirgends. Naast haar de magnoliatijdse halfklok voor een rood dat ook elders zin zoekt - of ook nergens. Der volle Zeithof um einen Steckschuß, daneben, hirnig. De volle tijdhof rond een schotwond, ernaast, hersenachtig. Die scharfgehimmelten höfigen Schlucke Mitluft. De scherp gehemelde hovige slokken meelucht. Vertag dicht nicht, du. Verdaag je niet, jij. In de laatste regel heeft Paul Celan namelijk impliciet kritiek op haar.

Hij zegt haar zich niet te verdagen, waarmee hij bedoelde het contact met hem niet vooruit te schuiven, zich niet te ver van hem te verwijderen. Maar het heeft volgens haar, nadat ze enige tijd heeft nagedacht, ook een intellectuele achtergrond: Hij vond ook dat ik niet meer moest afdwalen, maar moest schrijven. Het was een oproep van de meester: Maar dat kon ik natuurlijk alleen doordat hij me ingewijd had. Het was ook de oproep: Op Mapesbury Road hebben we een keer gewandeld en daarom heeft hij het mij ook gestuurd.

De aanslag op Rudi Dutschke was net gebeurd en Celan was in Londen. Ik weet niet niet meer precies wanneer. We bezochten toen veel musea in Londen. Toen kwam hij uit. Gisela Dischner, Praag, part.

Vandaar die schotwond [Steckschuß] in het gedicht. Dit gedicht maakte me droevig, zoals ik Celan ook geschreven heb, in de eerste plaats om Dutschke, maar ook omdat het een beetje weemoedig was toen we elkaar zagen.

We moesten ook afscheid nemen, mijn God, we waren natuurlijk nog aan elkaar gehecht, en het was altijd moeilijk, het afscheid. Weerzien en afscheid, ja, zo was het. Op een visitekaartje dat Paul Celan op 23 april aan Gisela Dischner stuurde, in een boek zoals hij wel vaker deed, staat een opmerking over het gedicht Mapesbury Road: In der Mapesbury Road, zwischen dem M.

Borough of Willesden und dem Borough of Hampstead, war wohl eine Brücke, aber darunter fuhr kein Zug. Den Steckschuß interpretierst du richtig. Der Zeithof ist der - volle! En op de achterkant van het kaartje staat nog: Das Wort Zeithof wirst du bei Husserl finden. In haar proefschrift over Nelly Sachs gebruikt Dischner deze aanwijzing, wanneer zij het schot op Rudi Dutschke als voorbeeld geeft van hoe de betekenis van woorden in de poëzie van Celan, hoewel voortkomend uit een concrete context, gezien kan worden in een onuitgesproken, potentieel betekenisveld.

Alles wat een woord aan geschiedenis met zich meedraagt en alles waarmee het zich laat associëren, komt daardoor vrij, aldus Dischner. Ik ben geboren in november en het was in dat ik Celan leerde kennen. Vierentwintig was ik dus, erg jong nog, en erg verliefd. Ik vond zijn gedichten. Hij was toentertijd ook geen onbekende.

Er bestond een studententijdschrift, Texturen, dat mijn vriendin Inga Buhmann mederedigeerde, waarin vrijwel alle goede gedichten die ingestuurd werden, door Celan waren beïnvloed. Toen al, dat was in In bepaalde kringen was Celan al zeer bekend. Ja, dat was hemzelf nog niet helemaal duidelijk.

Hij had toen al de. Slechte recensies, die er ook waren. Ik probeerde dat een beetje bij te sturen, maar dat lukte helemaal niet. Ik heb hem toen gezegd, is het niet veel belangrijker dat je invloed hebt op studenten? Dat heeft hij te weinig ingezien.

Dat waren al, kan ik nu achteraf wel zeggen, tekenen van een vervolgingswaan. Maar zoals Hans Meyer zo mooi heeft gezegd: Een verhaal uit deze periode betrof zijn moeder. Hij heeft me verteld dat het gerucht ging dat zijn moeder nog in leven was en dat haar dood een reclametruc van de uitgeverij was.

Toen hij me dat vertelde, dacht ik, aha, hij heeft een vervolgingswaan. Een maand later hoor ik een boekhandelaar - die nu nog steeds dezelfde mening is toegedaan - naar aanleiding van een prijs die Celan had gekregen, de opmerking maken: Mooi, dan kan hij zijn moeder in Keulen bezoeken. Hermann, je weet toch dat zij gestorven is? Ach, ben jij nu ook al in die reclametruc van de uitgever getrapt? Het is dus echt zo geweest. Zulke wanstaltigheden deden de ronde over hem. Stel je iemand voor aan wie is overkomen, wat hem is overkomen, en dan gebeurt er nog zoiets.

In het najaar van maakte Paul Celan kennis met de dichter Yvan Goll. Hij vertaalde op verzoek van Goll een paar van diens gedichten in het Duits.

Goll bleek in die tijd leukemie te hebben en Celan bezocht hem regelmatig in het ziekenhuis. Yvan Goll stierf een paar maanden later en Paul Celan assisteerde Golls weduwe Claire bij de begrafenis.

Korte tijd later gaf Claire Goll aan Paul Celan de opdracht drie bundels van haar man te vertalen. Met deze vertaling begon een traumatische affaire voor Paul Celan: Claire Goll weigerde de vertaling omdat die te veel het stempel van de vertaler zou dragen.

Als vervolg hierop begon Claire Goll een lastercampagne tegen Paul Celan, die jarenlang zou aanhouden. Zij beweerde dat Celan geplagieerd zou hebben, terwijl - aldus Gisela Dischner in Apropos Nelly Sachs - juist door haar eigen toedoen nog niet gepubliceerde gedichten van de hand van Celan in de nalatenschapspublicatie van Yvan Goll waren terechtgekomen. Al in Dortmund heeft hij mij alles over Claire Goll verteld. Hij was er erg opgewonden over, dat is ook begrijpelijk.

Ik heb in mijn boek over Nelly Sachs geschreven - nog vóór het boek van Barabara Wiedemann over de Ivan Goll-affaire - wat hij mij zelf verteld had, dat zich teksten van hem in de nalatenschap van Ivan Goll bevonden. Dus niet alleen dat hij niet gestolen heeft, maar dat het omgekeerd was. Claire Goll heeft van hem gestolen. En hij heeft ooit gezegd dat hij, als hij geen gezin had gehad, een pistool zou hebben getrokken.

Zo woedend was hij. Tussen ons was de poëzie het gemeenschappelijke. Eigenlijk hadden we dezelfde dichterliefdes: Pas veel later heb ik over hen gepubliceerd. En hij heeft mij de Russische dichters ontsloten, over hen wist ik niet veel, hij heeft mij bijvoorbeeld van Babel erg graag verhalen voorgelezen.

Hij had een prachtige stem om voor te lezen, zo heb ik echt toegang tot de Russische literatuur gekregen. En natuurlijk ben ik door hem ook veel kritischer geworden. Toen wij elkaar ontmoetten, wilde ik eigenlijk op Celan promoveren, maar ja, het bleek dat het zo privé werd, dat we allebei dachten dat het niet goed zou zijn.

Ik ben toen in de buurt gebleven en ben op Nelly Sachs gepromoveerd. Daar waren ook veel raakvlakken. Op het ogenblik wordt in Zweden erg veel over Nelly Sachs geschreven, omdat zij, hoewel zij de Nobelprijs heeft gekregen, naast Celan volledig verdwenen is.

Nu wordt zij weer een beetje naar voren gehaald. Mijn proefschrift was zo te zeggen de eerste wetenschappelijke aandacht.

In heb ik dat geschreven, het verscheen pas in Het bevat slechts een klein hoofdstuk over Celan en Nelly Sachs, ik moest toch iéts zeggen. Daarmee was hij het heel erg eens, hij heeft toen zelfs gelachen en gezegd: Misschien had je toch over mij moeten schrijven. Hij was er erg mee ingenomen. In , na de dood van Celan en Sachs, kwam de handelseditie van Dischners proefschrift uit: Gisela Bezzel-Dischner, Poetik des modernen Gedichts.

Zur Lyrik von Nelly Sachs. Het kleine hoofdstuk over Paul Celan en Nelly Sachs telt vijfentwintig pagina's en is daarmee wel het langste hoofdstuk van het boek, waarin de verwantschap tussen beide dichters wordt onderzocht. Zowel bij Celan als bij Sachs is volgens Dischner het uitgangspunt gelijk: Niemandsland Nadat Celan in de riskante vlucht van Boekarest naar Wenen had gemaakt, kwam Paul Celan in contact met de surrealistische kring rond de dichter en uitgever Otto Basil.

Het duurde niet lang voor hij in het atelier van schilder Edgar Jené de Oostenrijkse filosofiestudente en later bekende schrijfster Ingeborg Bachmann ontmoette. Het werd voor beiden een grote liefde. Aan haar ouders schrijft Ingeborg Bachmann dat de dagen na haar kennismaking met Paul Celan vol papavers waren.

En in schrijft Paul Celan in zijn prachtige gedicht Corona: Mein Aug steigt hinab zum Geslecht der Geliebten: Mijn oog daalt af naar mijn geliefdes geslacht: De echo van hun liefde en samenzijn klinkt door in de gedichten van Paul Celan en het proza van Ingeborg Bachmann. Hun omvangrijke briefwisseling is de enige die niet toegankelijk is - haar brieven bevinden zich in het Deutsche Literaturarchiv in Marbach en die van hem in de Bachmann-nalatenschap in de Nationalbibliothek in Wenen - en de betekenis van hun relatie kunnen we daarom voorlopig alleen aflezen aan hun literaire werk.

Na Celans vertrek naar Parijs in juli blijft hun verhouding voor beiden van grote betekenis, maar als Bachmann twee jaar later naar Parijs reist, mislukt een poging samen te leven. In een brief aan een vriend in Wenen schrijft Ingeborg Bachmann dat zij elkaar om onbekende, demonische redenen de lucht om te ademen wegnemen. Als Gisela Dischner vertelt over haar geheime verhouding met Celan, komt ook Ingeborg Bachmann ter sprake: Ja, Celan en ik hebben voortdurend getelefoneerd en dan bekeken we wanneer we tijd hadden.

Na het verblijf in Dortmund heeft hij mij in München bezocht. Maar ik heb het - behalve voor mijn vriendin Inga Buhmann, die ingewijd was en met wie ik in Parijs was toen ik hem bezocht - ook voor mijn moeder verzwegen, ik heb het voor iedereen verzwegen. Ik heb het volledig geheim gehouden. En ik wilde het daarbij ook eigenlijk laten. We waren allebei zeer discreet. Overigens kan ik eraan toevoegen, hij was ook wat betreft Ingeborg Bachmann zeer discreet, die verhouding kwam door filologisch detailonderzoek aan het licht.

Hij heeft mij al snel over Ingeborg Bachmann verteld, en hij was toen zeer verbitterd over haar. Ik heb haar voortdurend in verdediging genomen. Dat heeft ze van mij overgeschreven, zei hij over een bundel van Ungaretti die zij had vertaald. Hij veronderstelde dat zij zich via de uitgever omhooggewerkt had. Allemaal dingen die ik heel erg vond. Hij was erg verbitterd. Die Ungaretti, ik heb het niet gecontroleerd, het kwam door zijn overgevoeligheid. Het was een pijnlijk onderwerp.

Het was vreemd hoe verbitterd hij was, want ik lees nu in de briefwisseling met zijn vrouw Gisèle dat zij plotseling de gedichten van Bachmann leest en ook de stukken, en natuurlijk herkent zij hem daarin en zegt, wat moet deze vrouw geleden hebben. Nu heb ik veel meer begrip voor haar. Ze was natuurlijk jaloers omdat Celan en Bachmann elkaar nog ontmoet hebben toen hij al getrouwd was. Maar ze had dan plotseling veel begrip.

Dat vond ik erg ruimhartig. Ze was niet meer jaloers op deze liefde, maar had gezien hoe Ingeborg Bachmann ook geleden had, omdat hij uiteindelijk toch niet bij haar gebleven is. Ze zijn weliswaar met beider instemming uit elkaar gegaan, maar Ingeborg Bachmann was wel met een gezin geconfronteerd geweest. Voor mij was dat alles nooit een probleem, ik heb dat eenvoudig buiten be-. We hebben elkaar op een niemandsland ontmoet en het andere bestond niet.

En dat vond hij ook goed. Maar toen hij zich van zijn vrouw gescheiden had, wilde hij eigenlijk dat ik naar Parijs kwam. Maar toen was het te laat, ik had Chris Bezzel leren kennen. Ik was niet getrouwd, maar we waren samen. In Londen heeft Celan er eens een toespeling op gemaakt, en ik zou destijds met vliegende vaart naar Parijs zijn gegaan, als hij zijn mond had opengedaan.

Maar dat deed hij niet. In Londen heeft hij toen op een zeker moment gezegd, Ik had je toch naar Parijs moeten halen. Ik kon daar niets mee, dacht ik. Ik was ook zoveel jonger en hij had mij uit een zeer gevestigd milieu weggehaald. Ik zou het meteen gedaan hebben, maar het kwam er niet van. Ja, ik was met een miljonair. Dat heeft zo zijn aangename kanten en ik hield ook van hem. Ik heb hem, de miljonair, voor Chris Bezzel verlaten en ben toen een bohémienleven, een arm leven, begonnen.

Bezzel verdiende vijfhonderd mark als lector bij Suhrkamp. Nee, ik was een tijdlang erg verliefd op Celan, maar die tijd was toen voorbij. Toen ik met Bezzel samen was, had ik geen intieme contacten met Celan. Maar wel indirect, niet alles is lichamelijk.

We hadden een zeer intensieve verhouding, dat kan ik wel zeggen. Over zijn psychologische problemen heeft hij nooit gesproken. Hij heeft in een brief geschreven dat hij lang ziek was, maar niet dat hij in de psychiatrie zat. Alleen die verwijzing, dat hij mij niet naar Parijs meenemen kon, omdat hij niet voor zichzelf kon instaan, en toen heb ik iets vermoed.

Bovendien waren er geruchten dat hij aan vervolgingswaan leed. En ik heb dat ook van een andere kant gehoord - dat kan ik zeer nauwkeurig dateren. Chris Bezzel was ook lector van Peter Handke en het was de tijd van de première van de Publikumsbeschimpfung in Frankfurt. Ik heb nog foto's gemaakt van Habermas en alle mogelijke anderen die daarbij waren. Op die dag was er na afloop een feest. De chef-lector van Suhrkamp, Böhlich, die zeer sarcastisch kon zijn, zei plotseling tussen neus en lippen door: Ach ja, Celan zit op het moment in een zenuwinrichting, dan gaan zijn gedichten nog beter.

Dat kwam bij mij aan als een dreun. Toen, het was , heb ik er voor het eerst over gehoord. Ik heb het hem niet gezegd, omdat ik dacht als hij erover wil praten, zal hij het wel uit zichzelf zeggen.

En hij heeft het uit zichzelf alleen maar indirect aangeduid. Ik heb de symptomen soms wel opgemerkt, bijvoorbeeld toen we een keer langs de Seine wandelden.

Er kwam iemand langs die een foto van de Seine maakte, dat was duidelijk te zien, en hij had de man bijna het fototoestel uit zijn handen geslagen omdat hij dacht dat die man ons fotografeerde. Toen heb ik die heftigheid gemerkt. Ben je gek, hij had ons helemaal niet in zijn blikveld. Zulke dingen heb ik wel meegemaakt. Ja, hij kon dan heel erg Ik wilde niet bij Adorno promoveren, omdat het dan eeuwig duurde, en ik.

Daarin heb ik een interpretatie gegeven van het gedicht met de schotwond: Ein Steckschuß daneben, hirnig, waarbij ik opmerkte dat de schotwond verwees naar de aanslag op Rudi Dutschke.

Dat wist ik tenslotte van hem. Burger leest mijn interpretatie en zegt: Tja, dat is wel wat te ver geïnterpreteerd, dankzij uw betrokkenheid. En toen flapte ik het eruit, ik had het tot dat moment nooit gezegd: Neemt u me niet kwalijk, maar dat heeft Celan mij zelf verteld. Pats, het was eruit. Oh, u kent hem, begon hij, kent u hem persoonlijk? Ik heb er toen overheengepraat: En wat doet Herr Burger? Celan en hij ontmoetten elkaar bij een ontvangst bij Unseld [redacteur van Suhrkamp] en Burger als conservatieve germanist, was wel een beetje bang voor Celan.

Hij denkt, dit is de beste manier om met hem in contact te komen, gaat naar Celan toe en zegt: Ja, bij mij promoveert een jongedame die u kent.

Dat wist ik allemaal niet. De eerstvolgende keer dat ik hem tref, is hij totaal cool en koel, niet cool maar koel, en ik vraag: Zeg, wat heb je? Wat is er aan de hand? Plotseling kijkt hij mij doordringend aan en zegt: Ik zie twee doctorshoeden in je ogen. Pardon, wát zie je? En langzaam gaat bij mij een lichtje branden, en hij zegt zo ongeveer: Je hebt blijkbaar toch onze verhouding verraden.

Ik heb hem toen alles uitgelegd, maar hij bleef vol wantrouwen. Toen heb ik gemerkt hoe moeilijk hij kon zijn. We hebben ons verzoend, maar het was een kleine deuk in onze verhouding.

Hij ging er vanuit dat ik er min of meer op gezinspeeld had Ik had het er echt uitgeflapt. Nou ja, en waarom zou ik hem niet een keer ontmoet hebben? In de briefwisseling met Gisèle heb ik voor het eerst gelezen dat hij zo agressief was tegen zijn vrouw en dat volledig onterecht, dat is duidelijk. Gisèle was op zo'n ongelooflijke manier loyaal tegenover hem, dat wist ik helemaal niet. Ik ving eens het gerucht op dat zij hem in de psychiatrie gejaagd zou hebben, maar dat is natuurlijk een vooroordeel.

Maar nu, nu ik alles wat beter ken, moet ik zeggen dat zij fantastisch was. Ik heb achteraf ook bedacht, wat zou er gebeurd zijn als hij mij naar Parijs had gehaald? Zij waren uit elkaar toen hij daarover dacht, wie weet wat er dan gebeurd zou zijn. Maar goed, het moet zijn zoals het is, denk ik maar zo. Ze maakten nachtelijke wandelingen door Parijs. Zij belooft hem Jeruzalem te laten zien. De psychische problemen namen weer toe, en ook de conflicten met Gisèle Lestrange werden steeds erger.

Paul Celan kreeg midden in de nacht een woedeaanval en probeerde haar te doden met een mes. Zij vluchtte met hun zoon Eric het huis uit. Paul Celan werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en verbleef ver-. De problemen werden in januari weer erger. Bovendien ontmoette Paul Celan op een avond in het Goethe Institut toevallig Claire Goll, die nog steeds met haar campagne tegen hem bezig was. Hij schreef een brief aan de directeur: Een huis dat mevrouw Goll tot zijn gasten telt, kan niet op mijn aanwezigheid rekenen.

Op 30 januari deed Paul Celan een zelfmoordpoging met een mes, waarbij hij bijna zijn hart raakte. Gisèle Lestrange redde hem op het laatste moment. Zijn linkerlong was beschadigd.

Celan werd opnieuw opgenomen in een kliniek, hij mag van tijd tot tijd op bezoek of op reis. Gisèle Lestrange verbleef bij een vriendin in de Provence om van de beangstigende discussies met haar man en nieuwsgierige telefoontjes verlost te zijn. Zij overtuigde hem ervan dat een scheiding nodig was; hij stemde ermee in en ging op zoek naar een woning. In juli reisde Paul Celan naar Duitsland om Heidegger te ontmoeten.

En in Frankfurt was hij weer samen met Gisela Dischner. Hij stuurde haar later een gedicht: Sink mir weg aus der Armbeuge, Zink maar weg uit mijn armen, nimm den Einen Pulsschlag mit neem die Ene polsslag mee, verbirg dich darin draußen. Wij hebben veel gewandeld en alles was wat indirecter geworden, nietwaar? Ik heb hem een arm gegeven bij het wandelen. Het was, meen ik, in de zomer en we hebben elkaars polsslag gevoeld.

Het is een reflectie op zo'n wandeling, denk ik. Het is een eenvoudig en mooi gedicht, vind ik. In het voorjaar van ontmoetten Paul Celan en Gisela Dischner elkaar weer, tijdens een verblijf van Celan in Londen, waar hij familie bezocht.

Later schreef hij haar: Alsjeblieft, vernietig de foto's uit Londen, ze zijn niet goed. Oh ja, die wilde hij vernietigd hebben, dat heb ik ook gedaan, die heb ik vernietigd. Ik heb een hele serie foto's gemaakt die hij niet in omloop wilde hebben. We hebben elkaar getroffen in Frankfurt, ik weet niet meer in welk jaar, in ieder geval na een psychiatriegeschiedenis. Zijn gezicht was opgezwollen door de medicijnen, dat kon je zien.

Ik moest hem fotograferen in opdracht van de uitgeverij en we zaten in de hal van het hotel. Het was er koud en onpersoonlijk en hij zat daar in een hemd met korte mouwen en met opgetrokken schouders tegen een muur, als een gevangen dier, en keek van beneden naar boven. Die foto's waren ook erg slecht.

Ik merkte dat het niets werd, zo kon ik geen foto's maken. Ik heb hem voorgesteld een eindje te wandelen en we zijn naar het Grüneburgpark gegaan, daar scheen de zon en alles was wat vrolijker.

We hebben op een bank gezeten en langzaam ontspande hij zich en toen heb ik opnieuw foto's gemaakt. Zo verschillend waren de foto's op die middag.

De enige aan wie ik deze foto's ooit heb laten zien, was Adorno. Dat was in verband met mijn poging die twee weer te verzoenen, omdat hij ruzie had met Adorno. Ik heb hem deze foto's laten zien om duidelijk te maken wat Celans toestand was.

En toen heeft Adorno gezegd, dat kan niet op één dag geweest zijn, daar moeten vijf jaar tussen zitten. Na de dood van Adorno schreef Celan in een brief aan Gisela Dischner: Ik was geraakt, aangedaan, toen ik in de krant het bericht over de dood van Adorno las.

Het is een zwaar verlies. Hij was een geniaal mens, een rijkbegiftigde, en niet de duivel heeft hem begiftigd. Nu lees ik de in memoriams, ze zijn liefdeloos, vind ik, nou ja. Eind september wil ik twee weken naar Israël. Het is goed aan je te denken, ik doe het beslist niet weinig, weet je - mijn lieve kleine Ulla. Celan had een conflict met Adorno - van zichzelf uit, niet vanuit Adorno - omdat Adorno in Merkur had gepubliceerd.

En de eindredacteur van Merkur was een meneer Paeschke, die was bij de SS geweest. Toen ik Celan leerde kennen, had ik net mijn eerste artikel geschreven dat gepubliceerd zou worden, Schattengefecht, over de gedichten van Karl Krolow, en het aan Paeschke gestuurd. Paeschke wilde me als medewerkster aan Merkur. Celan heeft me toen bijgepraat en ik heb alles teruggetrokken, om hem terwille te zijn.

Ik was daar niet zo zeker van, God, wat waren de achtergronden, dat moest men eigenlijk eerst vragen en te weten komen, nietwaar? Ik merkte dat het een open zenuw was en heb het artikel teruggetrokken. Enfin, Adorno had wel in Merkur gepubliceerd, hij zag er geen been in.

En op een zeker moment, toen Celan een conflict met hem had, heb ik geprobeerd die twee weer bij elkaar te krijgen. Ik studeerde bij Adorno en heb geprobeerd aan. En Adorno zei alleen: Ik mag niet in Merkur publiceren, maar meneer Heidegger mag lid van de partij geweest zijn.

Hij was zo woedend dat Celan nog met Heidegger bevriend was. Ik heb hier en daar dan nog een goed woordje gedaan. Ik denk dat het ertoe bijgedragen heeft dat die twee zich nog verzoend hebben en elkaar nog hebben ontmoet. Daar was ik erg blij om.

Ja, ze hebben elkaar nog ontmoet. Niet in Sils Maria, dat was een ander verhaal, ik weet niet waar, maar ze hebben elkaar nog gezien. Dat vond ik heel goed. Ergens hebben ze elkaar nog ontmoet, hebben ze zich verzoend, dat was belangrijk. Ja, daarom ook deze vriendelijke brief na zijn dood. Es ist richtig daß ich einen Israël-Besuch plane, hoffentlich läßt es sich bald verwirklichen. Maar het ging weer mis: Celan kreeg een woedeaanval tegenover zijn buurman, die hij ervan verdacht zijn zoon Eric kwaad te doen.

De politie moest tussenbeide komen. Hij werd weer opgenomen. Na ruim drie maanden werd hij ontslagen met de verplichting zich maandelijks bij een psychiatrische dienst te melden voor behandeling en medicatie. Eindelijk reisde Paul Celan in oktober naar Israël, waar hij lezingen hield, bekenden en onbekenden uit Czernowitz ontmoette en waar Ilana Schmueli hem, zoals beloofd, Jeruzalem liet zien. Voor haar schreef hij het gedicht Du sei wie du, immer [Wees jezelf, jij, altijd] en las het voor.

Volgens Ilana Schmueli sprak Celan nooit over de gedichten die hij voor haar opschreef en voorlas: Hij sprak door hen. Woorden van het gedicht werden een code, ze werden in ons gesprek opgenomen. Hij las door damals omringd voor, en hij ervoer een grote eenzaamheid. Hier werd hem overduidelijk wat hem trouwens allang duidelijk was in zijn leven: Celan verlief Israël eerder dan gepland. Hij ging niet meer naar Massada, dat hij graag had willen bezoeken.

Ik heb het niet verdiend. Zij reisde op 23 december naar Parijs, waar ze meer dan een maand met Paul Celan samen was. Nog in diezelfde periode, op 26 januari , schreef Paul Celan zijn laatste brief aan Gisela Dischner: Zeer veel vaker dan soms, mijn lieve kleine Ulla. In juni komt er een nieuwe dichtbundel uit, daarvoor, in maart, lees ik, als hommage aan Hölderlin, eruit voor in Stuttgart. Een nieuwe ijstijd komt op ons af, lees ik in Der Spiegel, het is nog jaar tot dat moment - zullen we elkaar niet nog een keer ontmoeten?

Wat doe je zo al? Bedankt, niet alleen voor de candlesticks. Met de candlesticks bedoelde Celan zijn. En niet zijn tante, zoals abusievelijk in de Correspondance staat vermeld, en zoals het waarschijnlijk door Paul Celan is verteld om de naam van Gisela Dischner niet te hoeven noemen.

Gisela Dischner leest de brief voor en zegt dan, doelend op de beginregel: Ik schreef hem denk je aan mij? Het is een rechtstreeks antwoord aan mij. En dit is míjn laatste brief: Lief, wat mooi dat ik deze zomer een dichtbundel van je kan zien, wat jammer dat ik je in Stuttgart niet kan beluisteren, maar ergens. En dank je voor de lieve zinnen.

Waar ik in deze brief natuurlijk wat aan voorbijga, is dat hij mij bij onze laatste ontmoeting in Londen had gezegd mij graag weer eens alleen te ontmoeten en daarom ook naar Duitsland kwam. En dat is iets wat hem waarschijnlijk pijn heeft gedaan, dat ik hem quasi negeer. Op 18 maart stuurde Paul Celan een verjaardagswens en een gedicht aan Gisèle Lestrange, op 12 april volgde een brief aan Ilana Schmueli.

Zij vertrok, ongerust door de afwijkende toon van de brief, onmiddellijk naar Parijs. Zijn laatste zin was: Je weet wat mijn gedichten zijn - lees ze en ik voel het dan. Ze komt te laat. Van de brug waar zij een munt in de Seine gooide, is Paul Celan in het water gesprongen.

Op ip april noteert Paul Celan in zijn agenda: Het lichaam van Paul Celan werd op 1 mei gevonden. Op 12 mei werd hij begraven. Diezelfde dag overleed in Stockholm Nelly Sachs, die het bericht van zijn dood enkele dagen daarvoor had gekregen.

Gisela Dischner ontving een brief van Gisèle Celan-Lestrange: Mevrouw, Ik weet niet of u het vreselijke nieuws heeft gehoord. Ik weet dat u dicht bij Paul bent geweest en ik veroorloof me u te schrijven. Paul heeft zelfmoord gepleegd in de nacht van zondag 19 april op maandag 20 april door zich in de Seine te werpen. Meer kan ik niet schrijven. Hij zal dinsdag bij ons eerste kind, dat wij hebben verloren, worden begraven op de begraafplaats van Thiais.

Toen haar brief kwam, had ik het al in de krant gelezen. Ik zal dat ook nooit vergeten. Ik woonde in Clapham Common in Londen en ik wilde net met Chris gaan wandelen.

We hadden een abonnement op de Frankfurter Rundschau. Ik was al aangekleed, ik had mijn mantel aan, toen Chris plotseling binnenkwam met de krant in zijn hand.

Hij zag me en ik vroeg: Wat is er met jou aan de hand? Hij zag er bleek uit en zei: Ga maar even zitten. En daar stond het in de Frankfurter Rundschau: Paul Celan pleegt zelfmoord. Zo kwam ik het helaas te weten. Ik heb het lang niet opgebracht in de nalatenschap te kijken. Het was me allemaal te dichtbij. Ik heb het verdrongen.

Ik heb namelijk lang gedacht dat hij geen zelfmoord had gepleegd. Hij zou gedronken hebben en was uit euforie in de Seine gesprongen. En dat heb ik, idioot, ook nog aan Gisèle geschreven. Daar heb ik natuurlijk niets meer op gehoord.

Dat was waarschijnlijk waarmee ik het uithield, ik heb het mezelf aangepraat, en. We hebben zeker een jaar lang niet in die zelfmoord geloofd. Ik wist natuurlijk wel dat hij problemen had, maar zo precies wist ik het niet. Het was alles ook een beetje omstreden, hij had nog zo veel plannen.

Nee, nu is het me duidelijk. Toen dat met die zelfmoord gebeurd was, had ik natuurlijk een vreselijk slecht geweten en was compleet ingestort. Bezzel behandelde me als een zacht ei, en wie me zeer getroost heeft was Erich Fried [bekend Duits dichter, ] met wie we bevriend waren in Londen. Wat had jij kunnen veranderen? Je hebt hem nu eenmaal niet getroffen in Stuttgart.

De enige mogelijkheid was dat je je van Chris had losgemaakt en naar Parijs was gegaan. Een andere mogelijkheid was er niet. En je hebt een beslissing genomen, dat is toch okay? Hij heeft het iedere keer weer gezegd Ja, ik ben nu ook wat verward. Als ik deze laatste brief lees, is het duidelijk dat ik een slecht geweten krijg.

Het is altijd weer dichtbij Ik denk ook dat de doden ons misschien zien. Zij kunnen niet spreken, maar ze slaan ons misschien wel gade. Misschien kijkt hij nu naar ons en lacht. Je moet niet huilen, zegt hij. Na ons gesprek zegt Gisela Dischner dat ze haar verhaal over Paul Celan eigenlijk moet opschrijven.

Zij laat haar in eigen beheer uitgegeven brieven van Paul Celan an Gisela Dischner zien. Uitgeverij Suhrkamp heeft haar kort geleden benaderd om de complete correspondentie uit te geven.

Kopieën van haar brieven zijn net uit het Celan-archief in Marbach gekomen, nadat Eric, de zoon, zijn toestemming voor de uitgave heeft gegeven. Een paar brieven van haar ontbreken, het zijn net de persoonlijke brieven die zij liever niet gepubliceerd wilde zien. Waarmee Suhrkamp overigens niet gelukkig is: Maar goed, die brieven zijn er niet bij, zodat dat probleem zichzelf heeft opgelost.

Hoewel Gisela Dischner ook wel nieuwsgierig is, wat ze indertijd aan Celan heeft geschreven en zich afvraagt of iemand deze brieven soms heeft laten verdwijnen.

Of zijn ze vernietigd? Of door Paul Celan zelf? Dat zou volgens Dischner dan toch kunnen wijzen op een geplande zelfmoord. Ze lijkt daarmee haar eigen laatste twijfel weg te nemen. John Felstiner, Paul Celan: Ilana Schmueli, Sag, dass Jerusalem ist.

Oktober April Edition Isele, Eggingen Ik aarzel niet hem een fenomeen in de wereldliteratuur te noemen en des te bewonderenswaardiger omdat hij zijn succes uitsluitend en alleen aan zichzelf te danken heeft gehad en het steeds zonder de steun van de kritiek of van enige literaire groepering heeft moeten stellen. In feite is zijn werk steeds neergesabeld en werd hem het leven zuurgemaakt, hij werd jarenlang gehoond en aangevallen en was in eindeloze processen verwikkeld, maar zijn werk heeft zijn vijanden overleefd.

Hij bond een miljoenenpubliek aan zich en beïnvloedde schrijvers als Remarque, Nabokov en Ernst Jünger zegt men , en niet te vergeten: Otto Dix en George Gross. Toen Herman Bluhme in een opstel Kitsch und Karl May steekproeven nam en teksten van Karl May met die van erkende literaire werken vergeleek in een poging te komen tot een objectieve uitspraak over de kwaliteit ervan hij mat onder andere de gemiddelde lengte van de zinnen en onderzocht de leesbaarheid oftewel het voorkomen van woorden van meer dan zeven letters , toen stelden de resultaten teleur: Karl May verscheen soms in het gezelschap van Heine en Thomas Mann, soms arm in arm met Goethe en Nietzsche, en dat was de bedoeling niet.

Ook werd May's werk door de psychoanalyse aangetast, Arno Schmidt vond dat Old Shatterhand en Winnetou sich verdammt suspekt benehmen, maar veel verder dan wat schnüffeln nach Mays erotischen Gewohnheiten bracht men het niet.

Voor leven en werk volsta ik nu met een verwijzing naar een Karl May-literatuur die misschien meer boekdelen omspant dan de ongeveer zeventig banden van May zelf. Ik herinner hier alleen nog even aan de invloed van de grootmoeder, geboren sprookjesvertelster, op kleinzoon Karl en de indruk die poppenspel en marionettentheater in zijn jeugd op hem maakten, en aan de onderwijzersopleiding die May volgde en waarvan men sporen in zijn werk meent terug te vinden: Er lag in de negentiende eeuw meer nadruk dan tegenwoordig op het aspect reisverhaal Reiseabenteuer van May's romans, het was de tijd van de ontdekkingsreizen en van wereldpolitieke vervlechting en May voorzag zijn werk van geografische en volkenkundige informatie die hij putte uit zijn rijk voorziene bibliotheek.

Zelf reisde hij niet veel. De kritiek verweet hem toen bedrog, maar men vraagt zich nu af of iemand ooit in ernst heeft kunnen geloven dat hij al die reizen die hij beschrijft, zelf gemaakt had, dat hij, zoals Nico Rost opsomt, zelf op leeuwen, beren en olifanten had gejaagd, aan martelpalen gebonden had gestaan, duels op leven en dood had uitgevochten, wilde hengsten had getemd, door de prairiën van het Wilde Westen had gezworven en ook door Noord-Afrika en door het ganse Ottomaanse rijk, alsmede avonturen had beleefd met Boeren en Zoeloes in Zuid-Afrika, en dat hij daarnaast nog tijd gevonden had om er rustig enige tientallen lijvige en doorwrochte romans over te schrijven.

Toch is de identificatie van de schrijver met de ik -figuur in zijn boeken, met de heldhaftige Kara ben Nemsi en de onverslaanbare Shatterhand, een van de aantrekkelijkheden van zijn werk.

May liet zich niet voor niets in de uitmonstering van zijn ik -figuren fotograferen. May denkt dan in zijn autobiografie: May zag er onaanzienlijk uit, maar beschikte in zijn boeken over reuzenkracht. Het is een van de tics van May: Helden in het Wilde Westen hangen onbeholpen in het zadel, maar zijn eigenlijk voortreffelijke ruiters. Er zijn patronen en motieven die bij Karl May haast te herkenbaar terugkeren.

Er zijn de in de wind verstrooide familieleden die elkaar als door een wonder terugvinden. Old Surehand en Apanatschka vechten een duel uit en blijken broers. Er is ook steeds het zwaan-kleef-aan-principe: Steeds gaat de reis bergopwaarts, van laagland naar hoogland. Onderweg besluipt en beluistert de held, de ik, zijn vijanden en krijgt telkens precies die informatie te horen die hij dringend nodig had: May's alter ego heeft daar een uniek talent voor.

En dan is er het taalmirakel. De held, de ik, verstaat en spreekt onnoemelijk veel talen. Laplands telde hij niet mee, zei hij, en we merken dat ook Nederlands. Van de landen die ik bereis, beweert Old Shatterhand ergens, leer ik de taal, en in de Kara ben Nemsi-romans zien wij de hoofdpersoon bezig met het leren van Koerdisch.

Het wemelt in de tekst dan ook van vreemde woorden. Befaamd werd het thunderstorm! Men kan er een hekel aan hebben: Anderen waarderen zulke Brocken als meebepalend voor de sfeer van het verhaal. In '89 publiceerde Karl May in het tijdschrift Der Gute Kamerad, een geïllustreerde Knaben-Zeitung, de roman Kong-Kheou, Das Ehrenwort, in herdrukt onder de titel Der blau-rote Methusalem, met toegevoegd een ondertitel die later weer verloren is geraakt: In afwijking van zijn gewoonte had Karl May dit boek niet voor volwassenen bestemd, maar voor een jeugdig lezerspubliek.

De kern van het gezelschap dat zich op een lustige Studentenfahrt naar China zal begeven, bestaat uit de blauw-rode Methusalem, gefortuneerde eeuwige student er war als Schläger bekannt und gefürchtet met een baard en een drankneus Karl May heeft iets met neuzen, men heeft wel van een Nasenkomplex gesproken, maar dit is de enige keer dat hij een hoofdfiguur met zo'n neus opzadelt , een berengestalte dus eerder Old Firehand dan Old Shatterhand , en die voortdurend aan een waterpijp zuigt die hem door het tweede lid van het gezelschap, een berlinernde Wichsier spreek uit: Een psychoanalyticus mag van deze verhouding tussen meester en knecht het zijne denken, terwijl bovendien een Wichsier keurig schoenen poetst, maar wichsen tegelijk ook masturberen betekent.

Het derde lid van het gezelschap is een reusachtige newfoundlander die de bierpul van zijn baasje in de bek draagt. Dit drietal baart dagelijks opzien in een Duits universiteitsstadje, een kleine komische cortège. De toon wordt meteen gezet: Er is ook geen ik -figuur in de roman, Methusalem speelt wel een belangrijke rol, hij heeft wel trekjes van Old Shatterhand, hij spreekt bijvoorbeeld Chinees en zelfs Nederlands , maar voor een Karl May-held blijft hij toch te karikaturaal.

Methusalem woont boven een Chinese theehandelaar die hem recht leidlich Chinees heeft geleerd bij een hospita, de arme weduwe Stein, voor wier zoon Richard hij het schoolgeld betaalt. Een brief uit China brengt hen op de hoogte van het bestaan van een oom Daniel, die een oliebron heeft ontdekt en contact met zijn verwanten in Duitsland zoekt.

Methusalem besluit naar deze oom op zoek te gaan en tegelijk de familie van de theehandelaar en een door deze man daar ergens begraven. Omslag herdruk uit schat op te sporen. Het gezelschap begeeft zich op weg, vermeerderd met de zoon, de gymnasiast Richard. Onderweg van Singapore naar Hongkong sluit zich naar goed Karl May-recept een vierde personage bij het groepje aan: Hij spreekt een Chinees van eigen makelij, hij plakt eenvoudig quasi-chinese uitgangen -ang, -eng, -ing, -ong, -ung achter Duitse woorden: Er zullen zich nog meer personen bij het gezelschap aansluiten, zoals twee jonge Chinezen die elkaars broer blijken te zijn en zoons van de theehandelaar in Duitsland, bekend Karl May-motief, maar met hoegenaamd niets van de dramatiek van bijvoorbeeld het verhaal van Old Surehand en Apanatschka.

Der blau-rote Methusalem blijft luchtig en burlesk als een marionettenspel, spannend als een jongensboek: En tussentijds geeft May nog wat informatie over China. Alles volgens Karl May-recept en naar verwachting. De verrassing van het boek is evenwel die Hollander, die in het vierde hoofdstuk opduikt en zich bij het gezelschap voegt, Mijnheer Willem van Aardappelenbosch, een ongelooflijke dikzak en een ware Holle Bolle Gijs met als attribuut een enorme parasol: Nu heeft een Nederlander, een Mijnheer of een Mynheer, in een Duitse roman al heel gauw iets lachwekkends.

Herman Meyer schreef daar een belangwekkend. Das Bild des Holländers in der deutschen Literatur. Maar Mijnheer van Aardappelenbosch beantwoordt volstrekt niet aan het geijkte beeld van de Hollander dat in Duitsland opgeld doet of deed: Aardappelenbosch is vooral lachwekkend door zijn taalgebruik, hij spreekt vrijwel uitsluitend Nederlands,.

Berlijns en Nederlands lijken door Karl May wel als twee gelijkwaardige, vrolijk stemmende Duitse dialecten te worden gezien, die ook beide in gotisch schrift worden weergegeven anders dan Frans en Engels. Het bijzonder clowneske van Aardappelenbosch zit 'm niet in de taal die hij spreekt, maar in de dingen die hij zegt, zoals: Heeft Karl May Nederlands gekend?

Heeft de fameuze wereldreiziger Holland ooit aangedaan? In De Koning der Zodoe's reist de hoofdpersoon, een ik -figuur, op weg naar de Kaapkolonie door Zeeland.

Hij maakt daar kennis met een Hollandse familie en krijgt een brief mee om bij bloedverwanten in Transvaal af te leveren. Nee, geen verbinding tussen May en Nederland. Aardappelenbosch begroet het reisgezelschap in breiter, holländischer Sprache: Goeden dag, mijne heeren! Het is tijd, dat wij aan tafel gaan, en Methusalem antwoordt, niet minder verrassend: Neemt plaats; maakt geene komplimenten; doet als of gij thuis waart.

Maar opeens schijnt de Hollander de Duitser aan te vallen: Maar ze verzoenen zich snel en Gottfried zegt: Sie sind der ausjezeichnetste Mijnheer, der mich jemals vorjekommen ist. Voor u of gij heeft May in het Nederlands de derde persoon meervoud zij genomen. Hij weet ook geen raad met het hulpwerkwoord werden: Wij worden afschied nemen, en: Hij weet niet wanneer het adjeetief een -e krijgt en hij heeft het woordje als niet doorgrond.

Aardappelenbosch valt van een trap en zegt: Daar ligg ik hoe een walvisch in de fontein! Hij roept de ober om de rekening te betalen: Oppasser, ik zull mijn gelag betalen. Hij heeft zich goed bewapend, hij heeft geweren, kruit en kogels en zal nog een zwaard kopen, en ik heb mijn Paspoort und überall Krediet.

Hij heeft ook een voorraad zakjes thee, driekleurigviooltjestee, kruizemuntentee, lindeboombloesemtee, seringatee: Mijnheer van Aardappelenbosch staat te kijken naar Chinese vissers, ze sturen aalscholvers Wasserraben het water in, die brengen de vissen als buit mee, Mijnheer roept: Daar heeft weder zoo eene gans eenen haring gefangen!

Hij is dol op vis, niet alleen op haring, maar ook op palingen, zardijnen, snoeken, zeelten, karpen en forelen en dan zowel de hommers als de kuiters. Soms heeft hij zin in leverpastet met rijstepudding, soms in gebraden varkensvleesch met mierook en gebaken peren of een brood met worst en mostaard. Aardappelenbosch valt van zijn paard: Het dome nijlpaard heeft mij van achteren verloren! Methusalem wil hem met raki inwrijven, maar der Dicke ziet dat anders: Met den brandewijn zal niet gereven worden.

Ik wil hem drinken. Gedronken is hij beter dan gereven. Het paard gaat er met hem vandoor en men hoort hem roepen: O wee, ik oongelukkige nijlpaard, ik vlieg in de lucht, ik vlieg in de radijsjes een in de peterselie. Als hij het overleeft, zegt hij: Holla, mijne heeren, was dat niet Nederlandsche dapperheid en heldenmoed?

Dan raakt hij te water: O, mijne kleeren een mijn linnen goed! Mijn rok en mijn broek, mijn vest en mijn fraaie das! Mynheer, gij zijt een Nederlander, niet? Gewisseglijk, ik ben een Hollander! Aardappelenbosch krijgt Krokodilseier voorgezet: Aardappelenbosch voelt zich ziek: O mijn God, o mijn schepper! Iemand geeft hem een por: Er is een vechtpartij: Als Aardappelenbosch van een trap gevallen is, vraagt Gottfried aan Methusalem: Wie nennt man eigentlich im Holländischen das Parterre?

Dan zegt de knecht: Mijnheer, wollen Sie hier gelykvloers liegen bleiben wie ein Stroozak? Vaker is het Aardappelenbosch die een beroep doet op Methusalems kennis van, laten we zeggen, een Nederlands woordenboek met de inslag van een medische encyclopedie: Wat zegt het woordenboek van den darmen? Wat zeggt het woordenboek van de lever? Door gebruik te blijven maken van deze website of door op " akkoord " te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Speurders.

Hoi lieverds, ik ben niky, ik ontvang in wilrijk alle dagen van 10u tot 19 u. Escort dame of stel Laat je lekker geil maken door mij. Om te voorkomen dat u of uw kinderen sex of erotische sites bezoeken kunt u een van de volgende websites bekijken. Suikerneefje zoekt suikertante Hallo! Huishoudapparatuur Cafetières Huishouden, poetsen, strijken Kleine huishoudapparatuur Koelkasten en diepvriezers Koken Vaatwassers Vaatwassers: De eigenaren van escortbureau Pleasure-escort.

Zin in een Lekkere geile Sexdate met mij!!! Kinky fetisj sexdate Hoi ik ben ricardo wil graag jou verwennen geil op nepleren jassen pvc lak jassen stofzuig me jas ook wil je lekker verwennen en je sperma op me nepleren jas tegen kleine betaling misschien wel voor vaker heb geen vervoer als ik gehaald en gebracht kan worden graag te bereiken op appen en mailen.

Vind hier je sexdate! Wijn, gastronomie Bieren, wijnen, sterkedrank Etiketten Gastronomie, specialiteiten Oenologie, sommellerie Rubriekstest Wijnkelder, uitrusting.

Hou jij van lekkere volle na Radio key code RE:

...


New in the city Anna New escorta Pamela new escort sub sletje wil nu nog geile sex. Gaan wij samen genieten? Leuke man 37 jaar zoekt lekkere meid! Sexy-nadine Live meekijken via beeldbellen!

Lingam massage jonge meid gezocht Gezocht: Vrouw met Mooie Billen Gezocht! Dames van plezier Pijpen zonder condoom Lekker dik billen Door heel Nederland!! Pijpsletje Wil jij lekker gepijpt worden? Girl nextdoor filmpjes Super geile fotos en filmpjes hier! Betaling in natura Schider gezocht hoi Goed uitziende jongeman. Dames van plezier Cardate Pik je me op? Mannen Betaald contact gezocht Jong en weinig ervaring? Dames van plezier Suikeroom gevraagd Lieve en verzorgde suikeroom gezocht Eerlijke suikeroom gezocht Suikeroom gevraagd voor 2 Hollandse dames!

Do you wanna be my sugardaddy? Jonge alleenstaande mama zoekt spoedig hulp Een leuke gezellige suikeroom. Goed geurende gedragen slipjes en gedragen sokken Slipje ophalen of verzenden!

Dames van plezier Girlfriend experience Chinese Angie voor lekkerste GFE. Dames van plezier Rijpe vrouwen Sophie vlak bij A28 PussycatP lekkere geile date nu in eigen appartement strenge Mevrouw zoekt slavenbek om in te spuiten! Al ben ik nog maar 19 jaar en niet super veel ervaring ik weet wel dat ik sex heel lekker vind.

Ik heb nog lang niet alles eens gedaan en Hey, Ik ben 24 jaar, single, afkomstig uit het antwerpse. Ik woon alleen dus kan je perfect naar me toe komen, als je liever hebt dat Ik ben een jarige studente en heb al lange tijd geen vriend meer gehad.

Ik mis de sex ook wel daarom dat ik het langs deze weg eens Ik vraag me af of er mannen zijn die juist van kleine borstjes houden? Die van mij zijn klein maar ik zou ze zelf niet groter willen. Koppel zoekt mannen,met vrouw alleen kan ook,zei doet zowel aan privé en gang bang kan ook,doe maar eens een goed voorstel en goed Hey Lieverd, zin om even te ontsnappen aan de realiteit? Dan ben je bij me aan het juiste adres. Ik ben een slanke jonge dertiger met Ik ben een geile meid en heb een lekkere nat D-cup, waar jij heerlijk mag mee spelen, zeker mijn tepels niet vergeten.

Ik speel ook graag Ben jij opzoek naar een lekkere spannende huisvrouw die opzoek is naar een jonge gozer voor keiharde sex? Bekijk welke dames — heren en stellen Zoals Private-Girls is er Rijpzoektavontuur is een sociaal erotisch platform om te flirten, daten, mailen, cammen, bellen en volgen voor Nederland en België! Sexzoekertjes sex aangeboden en gevraagd Hou jij van oudere vrouwen?

Antwerpen BE Geile jongen zoekt sex met man Ik ben Kevin een geile jongen van 21 en ben op zoek naar een man voor sex. Limburg BE Sex met single moeder? Vlaams-Brabant BE Ben jij ook lekker stout? Oost-Vlaanderen BE Wie houdt er ook zo van sex? Antwerpen BE Studente zoekt sex Ik ben een jarige studente en heb al lange tijd geen vriend meer gehad. Vlaams-Brabant BE Welke man vindt kleine borstjes lekker? Oost-Vlaanderen BE koppel zoekt mannen of met vrouw alleen Koppel zoekt mannen,met vrouw alleen kan ook,zei doet zowel aan privé en gang bang kan ook,doe maar eens een goed voorstel en goed



Dikke lul spuit 

  • SNOEIHARDE SEX PRIVE ONTVANGST VOLSLANK
  • Hij trok me onder zich, onze heupen botsten tegen elkaar en het was overduidelijk dat we hetzelfde wilden.
  • Wird man denn dürfen? Daar is niets slechts aan, toch?

Prive ontvangst woerden zeeland sex


Gratis neuken brabant seks limburg


Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site. Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan.

Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc. Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Beste gebruiker, onze cookiestatement , privacystatement en algemene voorwaarden zijn aangepast. Voor uw en onze veiligheid en om gebruik te blijven maken van Sexjobs dient u akkoord te gaan met:.

Wij gebruiken geen cookies die andere dan functionele, communicatieve of analytische doeleinden hebben. Ik geef hierbij aan Tease Media B. Ik verklaar hiermee dat ik het cookiestatement gelezen heb. Mijn Sexjobs Inloggen Advertentie plaatsen Maak account aan. Gangbang Algemeen Barebangs Bukkake Erotisch uitgaan. Nieuwsbrief Vul je e-mail adres in om onze nieuwsbrief te ontvangen: Jong studentje word geil van zaad Ik verdien straf nog maag Wil jij euro verdienen?

Zoek je geile date? Advertenties uit overige rubrieken. Dames van plezier Geile meid heeft zin!!! Dames van plezier Thuisontvangst Dames van plezier Escort Hoi ik heet Amanda. New in the city Anna New escorta Pamela new escort sub sletje wil nu nog geile sex.

Ik kon niet ontkennen dat ik niets meer voor hem voelde, want ik voelde een heleboel voor hem, maar als ik van hem zou houden, dan zou hij verdwijnen. Langzaam tot hij steeds kleiner werd en hij uiteindelijk weg was, tot hij uiteindelijk verdwenen zou zijn in het grote niets. Mijn vingers verkruimelden het zakdoekje dat ik vasthad en nat was door mijn tranen. Langzaam werd het een chaos van witte kruimeltjes.

Ergens hoorde ik een wc-deur opengaan en langzaam stond ik op en gooide het zakdoekje in de wc. Dat kon ik vast wel doorspoelen. Hij maakte zich ongerust. Misschien deed ik dat iets te hard, want het water vloog me om de oren en ik kon Leah niet meer horen.

Misschien wilde ik dat ook wel niet, omdat ik bang was voor ze me te vertellen had. Zelf vond ze blijkbaar wel dat ik het moest horen, want ze draaide de kraan dicht en keek me aan. Het is half zes. Toen hij je zag, was het twaalf uur. Had ik dan zolang op die gore wc doorgebracht? Het gezicht waar ik nog steeds van walgde, dat ik verschrikkelijk vond om te zien. Mijn aandacht werd door iets roods getrokken en ik zag de bloederige kras op mijn onderarm. Blijkbaar had ik meer gedaan dan alleen huilen.

Ik zag in de spiegel dat mijn wangen rood werden en ik trok mijn mouw naar beneden met een grimas. Ik had het Leah in korte bewoordingen verteld wat ik gedaan had, maar ik had geen uitgebreide beschrijvingen gegeven en daarna hadden we het er nooit meer over gehad. Dat was ook niet nodig, want we wisten allebei meer dan dat we ze zeiden. Misschien als we het niet uitspraken, dat het dan niet waar was, dat het dan niet echt was. Ze zag het niet, ze was te druk bezig met hoe rood mijn ogen waren en ze duwde me nog wat zakdoekjes in de handen voor ze me mee naar buiten trok.

Waarom heb je het eigenlijk uitgemaakt? Ze had het aangenomen. Sam had er wat meer over gevraagd. Ik keek hem vragend aan. Dat had ik nooit verwacht. Maar blijkbaar hebben jullie me ongelijk bewezen. Wie heeft het uitgemaakt? Omdat we te anders zijn en vooral ook anders denken. Dat gaat nooit werken. Niets meer, niets minder. Feit is dat het nooit zal werken. Riley is dan misschien een vervelend joch, maar hij houdt wel echt van je, zoveel is duidelijk.

Het is overduidelijk dat hij van je houdt. Riley Ik wist dat ik er niet op moest letten hoe laat ze thuis kwam, maar toch deed ik het. Toen het bijna zes uur was, was Arabella er nog niet en voor ik me besefte wat ik deed, had ik het nummer van Leah opgezocht en haar nummer gedraaid.

Heb je het verkeerde nummer gedraaid? Al had ik haar nummer wel opgeslagen. Het berichtje dat ze me ooit gestuurd had, had ik opgeslagen waardoor ik haar nummer nu had. Maar dat had ik pas gedaan toen ik ontdekte dat ze de beste vriendin van Arabella was. Arie was overstuur geweest en ik had haar niet kunnen troosten. Dat voelde voor mij behoorlijk vervelend, rot.

Ik moest degene zijn die haar kon troosten. Ik moest degene zijn op wiens schouder ze uithuilde. Maar mij wilde ze om de een of andere reden niet meer zonder dat ik wist waarom. Ze was bang, maar dat was ik net zo goed. Nog nooit had ik een relatie gehad, had ik verkering gehad met een meisje. Hoe moest ik nou weten hoe dat ging? Het was niet dat ik er meer ervaring mee had dan zij en ik slikte. Ik moest haar op zijn minst iets vertellen.

Iets waar ze iets mee had. Zou jij willen gaan kijken op school of alles in orde is? Ik slikte de angst weg, omdat ik niet zo goed wist wat ik anders moest doen. Wat kon ik anders doen? Toen ik haar binnen hoorde komen, was het of mijn hart een heel stuk lichter was ineens, al was ik ook bang dat ze boos zou zijn, dat ze kwaad op me was, dat ze me nooit meer wilde spreken en ik maakte me klaar voor een woedende stroom woorden. Maar die kwam niet. Was ze het wel? Haastig stond ik op van de bank.

Dat moest wel, ik had de voordeur gehoord. Slikkend liep ik de gang in waar ze net haar jas ophing en met een ruk keek ze op zodra ze me aan hoorde komen.

Ik kan me prima redden. Ze deinsde niet achteruit, ze liep niet weg. Het enige dat ze deed, was me aankijken met haar grote bruine ogen. Voorzichtig pakte ik haar handen beet. Ik wilde gewoon graag weten of alles in orde is. Ik wist zeker dat ze niet zou hebben opgenomen, omdat ze mijn naam zou hebben zien staan. Ze zou beslist niet opgenomen hebben, maar wie was ik om dat te zeggen?

Ik kon dat eigenlijk ook niet zeggen. Haar wangen kleurden, een teken dat ze wist dat ik gelijk had. Dat ze niet zou hebben opgenomen en dat we het allebei wisten. Mijn vingers gleden over de zachte huid en ik slikte. Mijn lichaam tintelde, mijn lichaam reageerde op haar zoals het altijd deed. Ik sloot mijn ogen. Er zat een deel lust in, maar het was anders nu. De vijf weken waarin we een relatie hadden: Ik heb er van niet één gehouden. Dus ik weet niet meer dan jij weet. Zo koppig als een ezel, maar soms zou het beter zijn als je dat niet was.

Ik snap wel waarom je dat zo graag wil. Ik weet dat je hier,' ik legde mijn platte hand op de plek van haar hart, 'van me houdt. Dat weet ik gewoon, Arabella. En nee, we zijn misschien niet het beste stel en we zullen hindernissen overbruggen, maar dat is het leven.

Dat doe je gewoon, omdat je wilt overleven. Is houden van niet het allerbelangrijkste in een relatie? Arabella 'Is houden van niet het allerbelangrijkste in een relatie?

Om een relatie te beginnen? Dat hij een goed punt had, wist ik heus wel. Ik weigerde alleen om het te geloven. Ik wilde het niet geloven, omdat ik dan in zou storten. Ik kreunde zacht en opende mijn mond voor hem, voor zijn tong. Ik proefde hem op mijn lippen. Zijn handen gleden naar mijn heupen en hij pinde me vast met zijn lichaam tegen de deur aan. Een groep vlinders wapperde door mijn maag toen ik voelde wat ik met hem deed en zijn lippen gleden van mijn mond af, naar mijn nek.

Ik klauwde in zijn haar toen hij zijn koude handen onder mijn trui stak en ik het tegen mijn huid voelde. Een kreun ontsnapte aan mijn lippen. Duw hem weg, dat kun je. Je bent sterk genoeg om hem te weerstaan. Langzaam gleden zijn vingers naar beneden, onder mijn trui die hij moeiteloos over mijn hoofd trok en toen zijn lippen tegen mijn sleutelbeenderen drukte. Zijn vingers gleden door tot vlak onder de beugels van mijn kanten beha.

Zacht duwde ik zijn vingers weg en trok het hemdje dat ik nog droeg, over mijn hoofd. Zijn vingers gleden hoger, over mijn donkerrode beha en hij kuste me opnieuw. Ondertussen gingen mijn vingers naar beneden, naar de knoop van zijn gulp. Aan zijn reactie te zien - zijn lichaam verstarde - had hij dat niet verwacht.

Mijn vingers gleden over de haartjes die in zijn boxershort verdwenen en ik voelde het elastiek van het ding onder mijn vingers, vlak voor ik de knoop openmaakte. Ik slikte, mijn keel was droog en ik liet mijn vingers tussen het elastiek van zijn boxershort en zijn huid glijden.

In een reflex greep hij mijn pols vast en hij keek me aan met vergrote ogen, ietwat geopende lippen. Meer dan woorden kunnen beschrijven. Jij bent mijn lichtpuntje in de nacht, mijn regenboog met een pot goud.

Jij bent het klavertje vier in het veld. Het klavertje vier dat geluk brengt. Hoe kon ik het hem vertellen? Kon ik mijn eigen gedachten maar uitschakelen. Was ik maar dapper en durfde ik maar te doen waar ik bang voor was. Kon ik het maar zonder na te denken over de gevolgen.

Kon ik het maar. Ik slikte, mijn vingers tegen zijn huid. Hij voelde zo goed, zo heerlijk. In plaats daarvan drukte ik mijn mond op die van hem en ik liet mijn tong over zijn onderlip dansen.

Over het stukje metaal in zijn lip dat niet koud aanvoelde zoals ik verwacht had. Het voelde niet langer koud, maar was verwarmd door onze monden die we net zo hopeloos tegen elkaar aan gedrukt hadden.

Mijn nagels begroeven zich in zijn rug en hij tilde me op, drukte me tegen de deur. Automatisch sloeg ik mijn benen om zijn middel en ik voelde zijn handen onder mijn billen. Ik hapte naar adem toen zijn vingers naar mijn broek kropen en hij me met een uitdagend lachje aankeek. Wat hij in me losmaakte. Hij deed wat ik vroeg en liet me zakken. Meteen stapte ik uit mijn spijkerbroek zodat ik alleen nog maar in ondergoed voor hem stond. Waarom zie je dat zelf niet? Ik wilde verdorie niet huilen bij iets als dit.

Iets moois als dit, want dat was het. Hij hield van me, hij hield van me met al mijn goede en slechte punten. Hem wegjagen, omdat ik een bange kip was. Ik was bang dat hij weg zou lopen. Misschien zou hij dat doen, maar in de tussentijd moest ik misschien blij zijn met hem.

Omdat hij van me hield. Uit zijn zak haalde hij een verpakking van blauw folie, lachte naar me, duwde het in mijn hand en trok toen zijn eigen jeans en boxershort in een ruk naar beneden. Mijn ogen gleden over zijn lichaam alsof ik het niet al vaker gezien had, alsof ik het niet al vaker dan één keer gezien had. De spieren die duidelijk zichtbaar waren onder zijn huid, het lichte bruine kleurtje dat hij altijd had en niet omdat hij teveel in de zon rondhing, maar omdat het zijn huidskleur was.

De donkere haartjes onderaan zijn buik, ik slikte. Hij grinnikte en tilde mijn hoofd op, het condoom uit mijn hand pakkend. Hij zoende me, terwijl zijn handen deden wat ze moesten doen om te voorkomen dat ik zwanger zou worden. Dat bleef ongemakkelijk, om het hem te zien doen en dat wist hij. Dus kuste hij me. Blijkbaar konden mannen best multitasken als ze dat wilden.

Alleen meestal wilden ze het niet. Zijn vingers haakten zich in de randjes van mijn hipster en hij trok het ding naar beneden, terwijl ik zelf mijn beha opendeed en weggooide. Waar het ding terechtkwam, kon me niet schelen. Toen tilde hij me opnieuw op, mijn benen om zijn heupen en er kwam een kreetje over mijn lippen toen ik hem voelde.

Dit zou de laatste keer zijn. Als ik verhuisd was, dan zou het voorbij zijn. Ik zou hem nooit meer zien en ik zou dus ook niet meer in de verleiding komen. Je kon het maanden zonder. Waarom val je nu weer voor hem? Hard drukte ik mijn lippen op die van hem en duwde mijn heupen nog harder tegen die van hem.

Dit zou de allerlaatste keer zijn. Dit moest de allerlaatste keer zijn. Hij fluisterde iets in mijn mond, terwijl zijn tong om die van mij heen cirkelde. Hij duwde me nog wilder tegen de deur, voerde het tempo op en ik liet me meevoeren met hem. Net zolang hij begon te schokken en zijn voorhoofd tegen mijn schouders duwde, terwijl hij me liet zakken.

Meteen gleed ik langs de deur naar beneden, omdat ik niet meer op mijn puddingbenen kon staan. Hij volgde mijn voorbeeld en liet zich ook naar beneden glijden. Hij hield het voor mijn gezicht en kantelde zijn hoofd, een brutale grijns om zijn lippen. Ik rolde met mijn ogen. Wauw wat schrijft je toch weer fantastisch! Ik was zo teleurgesteld toen deel 1 was afgelopen en nu heb ik per toeval ontdekt dat je dus bezig bent aan een vervolg!

Ik ga dit verhaal zeker weer volgen, en echt, doe wat met je talent. Riley    'En wat wil je daarmee zeggen? Mijn lichaam klopte nog na.

Toen ze haar vingers naar de knoop van mijn broek had laten glijden was ik in eerst instantie geschokt. Maar dat duurde niet lang en ik wist wat ze wilde. Het was voelbaar in haar lichaam, ik zag het in haar ogen en ik wist dat ze het net zo nodig had als ik. Ze was net zo kapot als ik, al deed zij een dappere poging om het te verbergen. Maar het lukte haar niet zoals het mij niet lukte. Ik schudde mijn hoofd en gooide het papiertje weg. Ik had er niets mee willen zeggen.

Ja, dat we seks gehad hadden, dat ze van me hield. Ze moest van me houden. Ze was geen meisje die met jongens naar bed ging, omdat ze het leuk vond. Dat had ze zelf gezegd, zelf toegegeven en ik wist dat het de waarheid geweest was. Ze was niet zo'n meisje. Mijn lichaam trilde nog na. Het was heftig geweest, heftiger dan al die andere keren.

Een stuk heftiger dan die eerste keer, maar toen was ik bang geweest om haar zeer te doen. Ik was altijd bang geweest dat ik dat zou doen. Mijn vinger gleed langs de ronding van haar heup en haar ogen volgden mijn vinger die rondjes draaide op haar huid. Ik wist niet wat deze daad betekende voor ons, voor onze relatie. Was het nu nog verder kapot of waren we nog in staat om ons te lijmen? Zouden we in staat zijn om een ons te zijn? Om een wij te zijn? Misschien zijn we allebei een deel van een planeet en moeten we op elkaar botsen om in elkaar te passen.

Wat als dat de bedoeling is? Verdriet was het misschien. Het was iets en het was niets positiefs. Ik keek toe hoe ze overeind krabbelde en dat ze het eerste de beste kledingstuk over haar hoofd trok - mijn hoodie. Ik slikte bij de gedachte dat dit verschrikkelijk sexy stond en het feit dat ze er niets onder droeg, was niet bepaald goed voor me. Het was een ongelofelijke turn on. Eentje waarbij ik mijn hoofd - en nog wat andere lichaamsdelen - in een emmer ijs moest steken om af te koelen. Zo snel als ze kon, verzamelde ze haar eigen kleding en ze vluchtte haar kamer in, mij een uitzicht gevend op haar billen.

Ik bleef op de koude vloer zitten, tussen mijn eigen kleding. Was dit de genadeklap geweest? Tijdens de seks had het niet zo gevoeld. Het had juist bevestigd dat we bij elkaar hoorden, dat we meer waren dan twee mensen die gewoon zin hadden in een potje seks.

Het had veel meer betekend. Voor mij wel, maar misschien niet voor haar dus. Of was ze gewoon echt alleen maar bang? Mijn zus zat er al toen ik de kroeg inliep en ze zwaaide met een pilsje. Een halfuur nadat Arabella haar kamer ingevlucht was, was ik zelf ook opgestaan en had me automatisch aangekleed. Ik had een nieuw shirt uit mijn kamer gepakt. En toen belde River met goed nieuws. Ze moest me 'iets supergeweldig mega awesome' vertellen.

Even had ik getwijfeld om te zeggen dat ik geen tijd had, dat ik geen zin had, maar ze zou doorvragen en uiteindelijk zou ze weten waarom ik nee zei. Ik had nu geen zin om het erover te hebben, ik was nog altijd in de war. Als ik thuis bleef, bestond de kans dat ik domme dingen zou doen en dat wilde ik graag voorkomen. Ik wilde geen domme dingen doen bij haar, dan zou het zeker niet meer goed komen. Ik had nog altijd een sprankje hoop dat het goed zou komen, dat we nader tot elkaar zouden komen en dat ik haar zou helpen om haar angst te overwinnen.

We hoorden bij elkaar, ieder een deel van de planeet. River keek me met een brede grijns aan toen ik naast haar aan tafel schoof.

De lach was zo groot dat ik bang was dat haar gezicht in zou scheuren. Heb je de loterij gewonnen? Bij mijn zus wist ik niet altijd waarom haar lach zo breed was, het kon verschillende oorzaken hebben, maar meestal was het wel iets waar ik ook blij van werd.

Mijn zus was weer de eerste met iets. Toch kon ik niet boos op haar zijn, omdat ze het niet deed om beter te worden. Ze deed het, omdat ze River was en dat soort dingen nu eenmaal deed. Ze had altijd geluk. Meer geluk dan ik. En nu wist onze moeder ook dat haar dochter zich mooier voordeed dan ze was, maar zelfs daar leek River niet echt mee te kunnen zitten.

Ze droeg het bijna met trots, al wist ik zeker dat het haar zeer moest doen. Dat liet ze niet merken. Nu keek ik haar verward aan. Ze was niet werkschuw, maar het was ook niet echt iets waar we het vaak over hadden. Een baan voelde volwassen, voelde als iets dat nog heel lang zou duren.

Een serieuze baan dan, want bijbaantjes had ze wel vaker gehad en ik ook. En mijn baan bij de coffeeshop was niet heel serieus te noemen. Dat had ik aangenomen voor het geld en eerlijk: Maar ik nam aan dat River het over een echte baan had, over iets dat wel serieus was.

Het was iets dat totaal niet bij mij paste. Het was even mijn stem niet. Ik wist dat je het leuk zou vinden. Hoezo in een ander land? Genoeg eraan zoals tweelingen vaak dingen met een half woord weten. Nee, daarom is het nog toffer. Het feit dat het in een ander land is. Dat waren landen waar ik nog heen kon, dat was niet zo heel ver weg. Ze had mijn hart gebroken. Meteen 3 hoofdstukken voor jullie En ik meot echt nodig bij schrijven.

Hurry up now don't you see that I'm fading Into older mans' grey and oblivion light Who would I be to forgive and embrace when When your talk is as low as your head is high Is it all we live for Now I see you don't get it When you call it a loss and I call it win And I know that I will be ready Or I will be dead again I know in my head I know in my heart That I will be better Than I would've ever been Or all that we had was all for nothing after all Kensington - All for nothing.

Kim op 28 december , Riley Mijn hart was opgesprongen toen ik haar stem gehoord had in de badkamer. Dat moest wel een illusie zijn, verbeelding. Zulke dingen deed Arabella niet, ik kende haar langer dan vandaag. En toen had ze die vraag gesteld wat ze moest doen als ze mijn hart verder brak. Ze had het over het huwelijk van haar ouders gehad, dat het net zo nep als bij die van mij.

Ze sprak nooit over moeder, laat staan over haar vader. Ik kon het haar niet helemaal kwalijk nemen. Ouders hoorden niet in ons rijtje van gespreksonderwerpen thuis. Soms kwam mijn moeder aan bod, maar dat was omdat ze langskwam. Dit was nog steeds haar huis en we konden niet aan haar ontsnappen. Maar bij haar ouders was het eenvoudig. Haar ouders waren niet in beeld en ze waren niet de eigenaar van dit huis. En nu stonden we hier en ik bevroor half, ook al was het snikheet in de badkamer.

Maakten we grapjes alsof er niets serieuzers was om over te praten. Misschien was het voor ons de manier om met de situatie om te gaan. Ik stapte weer onder de douche om mijn haren uit te spoelen en ik besloot om het meisje te negeren, ook al wilde ik niets liever dan andere dingen. Toen ik het over steamy hot sex gehad had, had ik het niet heel serieus bedoeld. Mijn lichaam dacht er echter totaal anders over en ik probeerde het te negeren.

Ergens hoopte ik dat ze zou verdwijnen, maar toen ik nog een keer mijn hoofd buiten de cabine stak, stond ze er nog steeds en leunde ze tegen de wastafels, haar armen om zich heengeslagen. In een paar stappen was ik bij haar en ik greep haar pols beet. In plaats daarvan trok ik haar mee naar de regendouche die nog altijd aanstond en de ruimte in een heleboel nevel hulde. Vrijwel meteen plakte de trui aan haar lichaam vast en haar krullen veranderden in een natte bos die tegen haar hoofd geplakt zat.

Ik drukte haar tegen de muur alsof ik bang was dat ze er vandoor zou gaan. Daar was ik ook bang voor. Ik duwde een hand tegen de tegels, vlak naast haar lichaam.

Ze waren koud en vooral erg nat. Door de trui heen voelde ik haar borstkas snel op en neer gaan. Het water liep over haar gezicht, langs haar ogen, over haar halfgeopende mond. Jij kwam hier om te beginnen halfnaakt binnenstormen en je vraagt wat je moet als je mijn hart niet kan plakken. Te bang om me aan te kijken en naar beneden kijken wilde ze ook niet. Ik wist niet zo goed wat ik erop moest zeggen, want ze had gelijk. Alleen die woorden wilde ik niet hardop zeggen. Het leken wel de enige twee dingen te zijn die we konden doen, alsof de rest er niet toedeed.

Alsof we alleen die twee dingen waren, ook al was dat de grootste onzin. Jij doet dingen niet zonder er over na te denken.

Misschien heb je er in eerst instantie niet over nagedacht, maar uiteindelijk heb je dat wel gedaan. Je nam hem vooral omdat hij je de weg zou wijzen. Wees hij je de weg? Over haar ogen die me nieuwsgierig aankeken, langs haar schattige neus vol met sproeten. Het water liep nog steeds over haar gezicht, langs haar neus.

Ik knipperde toen er een paar druppels in mijn ogen kwamen en ik keek naar haar. Naar haar lichaam dat langzaam maar zeker verscheen onder de dikke hoodie. Naar haar borsten die zichtbaar werden. Ik draaide mijn hoofd weg. Natuurlijk dacht ik eraan om haar tegen de muur te duwen en haar te kussen tot ze niets meer kon zeggen, maar dat was nu niet goed.

Misschien was ik die Riley wel niet meer, wilde ik hem niet meer zijn. Ik slikte, omdat mijn keel droog was. Al was het erg moeilijk om me te beheersen nu er een bijna naakt meisje voor me stond in de douche.

Ik had geen idee wie die jongen was. Het was niet hard, maar hard voor haar doen. Hij was net zo vreemd als mijn eigen stem en verward keek ik haar aan. Ik slikte en ik keek hoe ze de nu kletsnatte trui in een hoekje gooide. Ik wilde het niet, maar mijn ogen werden naar haar lichaam toegtrokken. Volgens mij nodigde jij me zelf uit onder de douche. Ik slikte nog net een scheldwoord in, want in feite had ze gelijk.

Ik was degene die haar in de douche uitgenodigd had, die er grapjes over gemaakt had. En jij hebt mijn hart fout beoordeeld, want iets dat gebroken is, kan ook weer gelijmd worden. Jij kunt een hart breken en het tegelijkertijd weer lijmen.

Jij bent Arabella Jaelyn van Huizen en jij kunt dat, omdat ik van je hou. Haar vingers gleden door mijn haar en mijn armen sloeg ik om haar middel om haar tegen me aan te trekken. En dat je je paspoort laat slingeren, werkt ook mee,' zei ze en ze knipoogde naar mij voor ze haar natte mond op die van mij drukte.

Arabella Ik had het gezegd. Het was er zomaar uitgevlogen, uit mijn mond voor ik er over na had kunnen denken. Dat ik van hem hield. Dat hij van mij hield, dat ik zijn hart kon plakken om die reden. Ik draaide me op mijn zij en veegde wat plukken haar van zijn gezicht. Het bed was warm en zacht, heel wat anders dan de koude tegels van de douche. Eigenlijk had ik verwacht dat ik niet zou bezwijken, dat ik niet bij hem in de douche zou stappen, maar ik had het gedaan. En ik had het leuk gevonden om hem uit te dagen.

Waren we nu weer een ding, een iets, een stelletje? De afgelopen drie weken had ik dat proberen tegen te houden, want ik had het niet voor niets uitgemaakt na vijf weken.

En nu lag ik weer naast hem of de afgelopen drie weken niet gebeurd waren, maar we wisten allebei wel beter. Waarschijnlijk zou Riley het meteen weer willen vergeten, maar ik niet. Ik kon het niet vergeten en ook niet hoe ik me gevoeld had. Hoe leeg ik me gevoeld had nadat ik het uitgemaakt had. Never let me go. Moest ik nu beter mijn best doen of had dat uiteindelijk geen zin? Hadden wij uiteindelijk geen zin?

Ik wist het niet goed. Met relaties was ik niet heel ervaren, maar waarschijnlijk zou ik dit ook niet gehad hebben met een andere jongen. Ik zou me met niemand zo voelen als met Riley, daar was ik van overtuigd.

Alleen bij hem ging het zo diep. Eigenlijk had ik meisjes die zoiets riepen altijd uitgelachen. Ook Leah als die het eens over een jongen had waar ze 'zoooo van hield'. Ik had het niet recht in haar gezicht gedaan, maar achter haar rug had ik gegniffeld om haar woorden.

Om hoe stom het klonk. Om het feit dat zoiets helemaal niet kon.